Radio Free Asia | Washington D.C.

De crisis in Hongkong heeft volgens dissident Liang Jing altijd te maken gehad met het onvermogen van de Chinese machthebbers om een goede relatie met het buitenland te bewaren.

De protesten in Hongkong tegen de wet die de uitlevering aan China mogelijk moest maken, zijn in 2019 uitgegroeid tot het grootste hoofdpijndossier van de Chinese politiek. Niet alleen heeft het in Hongkong tot eindeloze botsingen geleid, de autoriteiten in Beijing zijn geconfronteerd met de ernstigste politieke crisis sinds het bloedbad onder de prodemocratische beweging op het Tiananmenplein op 4 juni 1989.

Xi Jinping heeft op bruuske wijze ontdekt dat een onverstandige aanpak van de crisis in Hongkong zijn positie aan de top in gevaar kan brengen. Dat had hij niet verwacht, en hij had vooral niet voorzien dat deze beweging de Verenigde Staten een nieuwe troef in handen zou geven in de machtsstrijd met China.

Belangrijk wetsontwerp

Maar binnen de Amerikaanse regering heeft men het belang van de crisis onmiddellijk ingezien. In die context heeft het Amerikaanse Congres in allerijl een wetsontwerp over de mensenrechten en de democratie in Hongkong op de agenda gezet. Een belangrijk wetsontwerp, niet alleen omdat het morele en politieke steun zou verlenen aan het verzet van de bevolking van Hongkong, maar ook omdat het in een concreet mechanisme zou voorzien waarmee de VS de Hongkong-kaart tegen China achter de hand zouden hebben (om jaarlijks de aard van hun economische betrekkingen met het gebied aan een onderzoek te onderwerpen).

Je kunt je natuurlijk afvragen waarom Xi Jinping Hongkong niet simpelweg heeft bezet om te voorkomen dat de VS deze troef zouden uitspelen. Dat laat zich deels verklaren door het feit dat er binnen de leiding van de Communistische Partij van China zeer verschillend wordt gedacht over de manier waarop de crisis in Hongkong moet worden opgelost en dat Xi Jinping niet als enige voor de politieke gevolgen van een eigenmachtige beslissing durft op te draaien. Ook laat het zich verklaren door het feit dat Xi Jinping een beslissing over de crisis in Hongkong op zijn minst meende te kunnen uitstellen tot de zeventigste verjaardag van de Volksrepubliek.