Mail & Guardian | Johannesburg

Zuid-Afrika heeft weinig Afrikaanse vrienden over. Simon Alison geeft drie redenen waarom het land zo veel aanzien heeft verloren.

Mijn eerste grote nieuwsverhaal als buitenlandcorrespondent was de Arabische Lente in Egypte. Ik kwam aan op het Tahrirplein in Caïro in de vroege ochtend van 2 februari 2011, inmiddels bekend als ‘de dag dat het tij keerde’: de dag dat de tot dan toe vredige protesten op geweld uitliepen, toen het plein door pro-regeringstuig werd belegerd. Toen de schemer inviel, vlogen de molotovcocktails over de tijdelijke frontlinies en ik besloot dat de grond mij te heet onder de voeten werd.

Ik glipte weg door een smal steegje en vond goddank een taxi. Maar er wachtte nog een hindernis: de controleposten van de politie, opgeworpen als fuik voor vluchtende demonstranten. Dit was geen goede tijd om journalist te zijn. Diezelfde nacht werd een verslaggever in zijn gezicht geslagen en een ander in zijn been gestoken door aanhangers van het regime. Een aantal journalisten was door de politie in de boeien geslagen. Ik was bang.

We hielden stil voor een controlepost. Ik werd een aantal minuten ondervraagd, en de vragen werden al snel vijandelijk. Een agent pakte mijn camera, keek door de foto’s en wilde weten waarom ik een spion was. Toen vroeg hij me naar mijn paspoort. ‘Ganoob Afrika!’ zei hij, op slag een stuk vriendelijker. Zuid-Afrika! ‘Bafana Bafana. Nelson Mandela.’ Op zijn gezicht verscheen een detonerende, brede grijns. ‘Hosni Mubarak en Nelson Mandela zijn dikke maatjes! Zuid-Afrika is onze vriend.’ En met die woorden gaf hij me mijn camera en paspoort terug en liet hij ons door.

Affiniteit

Die dag heeft mijn Zuid-Afrikanerschap me behoed voor een lange opsluiting in een Egyptische gevangenis – en mogelijk erger. Ook bij mijn verdere reizen door het continent werkte mijn nationaliteit telkens in mijn voordeel. Iedereen was Zuid-Afrika goedgezind. Het werd gezien als baken van welvaart en goed bestuur. Sterker nog, Afrikanen uit alle hoeken van het continent voelden een diepe affiniteit met het land en velen hadden de strijd tegen apartheid in het klein of in het groot gesteund. Het succes van Zuid-Afrika was ook het succes van Afrika. Maar allengs begon dat positieve beeld te kantelen, toen de andere Afrikaanse landen wat beter bekend met ons raakten en inmiddels worden Zuid-Afrikanen een stuk argwanender en vijandiger ontvangen.

Daar zijn drie hoofdredenen voor.

Ten eerste hebben Zuid-Afrikaanse multinationals rücksichtslos nieuwe markten veroverd en in een aantal gevallen met hun financiële overmacht lokale bedrijven weggevaagd. Enerzijds brachten ze hiermee supermarkten, mobieletelefoonbedrijven en banken naar landen die daarom zaten te springen, anderzijds eindigden alle winsten op de al florerende beurs in Johannesburg. Dat de directie en het middenkader van deze bedrijven overwegend wit waren, en nog altijd zijn, is ook niemand ontgaan.