The New York Times | New York

Retorische macht heeft iets weg van magie. Zonder dat mensen het doorhebben worden ze in hun gedrag beïnvloed door bepaalde woorden. En juist die verhulling maakt deze vorm van macht zo gevaarlijk.

In de afgelopen jaren hebben extreemrechtse, nationalistische politieke leiders over de hele wereld zich in grove bewoordingen gekeerd tegen minderheidsgroepen, met name tegen immigranten. De geschiedenis heeft ons geleerd dat genocide, etnische zuiveringen en terrorisme vaak worden voorafgegaan door perioden waarin politieke en sociale bewegingen zich bedienen van een vergelijkbare retoriek.

In nazi-Duitsland werden Joden uitgemaakt voor ongedierte en in de nazipropagandakanalen werd beweerd dat Joden ziekten verspreidden. Onlangs zagen we hoe de etnische zuivering van de Rohingya in Myanmar werd voorafgegaan door een propagandaoffensief waarin Rohingya-mannen in verband werden gebracht met verkrachtingen.

In de Verenigde Staten ontstond de theorie van de ‘superpredator’, een soort monstermisdadiger. In 1993 zette in de VS een daling in van het aantal gewelddadige misdrijven, een daling die een decennium lang heeft doorgezet. Toch zaaiden criminologen volkomen ongefundeerd paniek over die zogeheten superpredators – ‘geharde, gewetenloze jongeren’, in de woorden van politiek wetenschapper John Dilulio.

Dat resulteerde in het uitvaardigen van een hele reeks nieuwe wetten met zware straffen voor minderjarigen. Politici die in de jaren negentig jonge zwarte mannen ‘tuig’ noemden of ze uitmaakten voor ‘bendeleden’, hebben eraan bijgedragen dat de VS inmiddels wereldwijd het grootste aantal gevangenen per inwoneraantal hebben. 40 procent van de Amerikaanse gevangen is zwart, terwijl zwarten slechts 13 procent uitmaken van de bevolking van de Verenigde Staten.

Zuiver hypothetisch

Macht over een individu is het vermogen om iemands gedrag of gedachten te veranderen in overeenstemming met jouw wensen. Een van de manieren om iemands gedrag te veranderen is met geweld. Een veel betere manier om iemands gedrag te veranderen is door zijn of haar opvattingen over wat goed is te veranderen. Als je mensen ervan weet te overtuigen dat ze zouden moeten doen wat jij wilt dat ze doen, heb je wezenlijk macht. Maar beschikken woorden echt over de macht om ons gedrag te beïnvloeden?

De literatuur over marketing laat duidelijk zien dat retoriek een significante invloed kan hebben op onze houding. Dit is een van de bevindingen: zelfs door mensen zuiver hypothetische vragen te stellen kunnen er onbewust verschuivingen plaatsvinden in hun voorkeuren en hun gedrag, en vaak zeer ingrijpend.

Marketinghoogleraren Gavan Fitzsimmons en Baba Shiv deden in 2001 een onderzoek waarbij proefpersonen van tevoren werd verteld dat ze zuiver hypothetische kwesties voorgelegd zouden krijgen. De ene groep kreeg de vraag: ‘Als uit wetenschappelijk onderzoek sterke bewijzen naar voren zouden komen dat het eten van koekjes en taart et cetera lang niet zo schadelijk is voor de gezondheid als vaak wordt beweerd, en dat het zelfs bevorderlijk kan zijn voor de gezondheid, wat zou dat dan betekenen voor uw consumptie van dergelijke etenswaren?’