SingularityHub   | Santa Clara

Kunstmatige intelligentie kan de sleutel zijn tot een rechtvaardigere wereld, maar dan moeten we die wel goed ontwerpen en toepassen, betoogt Ben Goertzel, het brein achter general artificial intelligence.

De samenleving koestert allerlei angsten voor de toekomst van kunstmatige intelligentie. Sommigen, zoals Richard Branson en Ray Dalio, zijn bang voor het groter worden van de inkomensongelijkheid en de gevaarlijke maatschappelijke crisis die daaruit voort kan komen. Anderen vrezen gevolgen voor de privacy of hebben sciencefictionvisioenen van boze robotheersers.

Mijn zorg rond AI [artificial intelligence] is echter dat we een technologie die – als we haar goed bouwen – wel eens ons allerbeste instrument kan zijn om een rechtvaardige wereld te creëren, nu al in een kwaad daglicht stellen. Inderdaad zijn er serieuze ethische vragen en onzekerheden over wat kunstmatige superintelligentie allemaal vermag, maar op dit moment hebben we hier op aarde vooral te maken met een ingewikkelde opeenstapeling van menselijke problemen.

Het is waar dat automatisering bijdraagt aan de groeiende ongelijkheid binnen de meeste landen, waar het inkomensverschil tussen de goed op geleide midden- en hogere klassen en de slecht opgeleide lagere klassen steeds groter wordt. Maar wat iedereen consequent over het hoofd ziet, is dat de ongelijkheid tussen de verschillende landen afneemt, voor een groot deel dankzij een combinatie van mondiale handel en technische vooruitgang op het gebied van computers, communicatie, transport en productietechnologieën.

Het inkomensniveau van China komt geleidelijk aan dichter bij dat van Amerika en Europa, en de succesvollere Afrikaanse landen naderen geleidelijk dat van China. De economische opkomst van China heeft de mondiale welvaartsongelijkheid spectaculair verminderd, binnen China zelf, en via de proactieve houding van dat land tegenover de rest van de ontwikkelende wereld. Deze opkomst is voor een deel te danken aan het gebruik van AI-gedreven automatisering om de efficiency te verbeteren middels robotica in fabrieken, optimalisatie van de productieketen en andere methoden.

Cruciale kans

Als we een blik op de toekomst werpen, zien we dat AI de komende decennia aan ontwikkelende landen een cruciale kans biedt om te blijven groeien. Volgens zakelijk dienstverlener Accenture kan AI in 2035 wel 1,6 procentpunt bijdragen aan het economische groeicijfer van China. En wie weet blijkt een dergelijke voorspelling achteraf uiterst conservatief, als het waar is wat futuristen zoals Raymond Kurzweil zeggen, namelijk dat er nog voor 2030 kunstmatige intelligentie op menselijk niveau is. Mochten grote stappen op het gebied van AI leiden tot radicale doorbraken, dan profiteert uiteindelijk waarschijnlijk de hele wereld daarvan, maar aanvankelijk zijn de voordelen vooral voor de landen waar AI het intensiefst is ontwikkeld.

Verder maakt AI het speelveld eerlijker, door de basisinfrastructuur in de ontwikkelende wereld te verbeteren. Daardoor kunnen deze landen wereldwijd concurreren en samenwerkingsverbanden aangaan. AI heeft in Oeganda boeren geholpen om ziekten van gewassen terug te dringen, in Maleisië uitbraken van knokkelkoorts voorspeld, op veel plaatsen de toegang tot elektriciteit en internet via smart-netwerken vergroot, en nog
een groot aantal andere fundamentele verbeteringen gebracht.

AI bezit een enorm potentieel om de welvaartskloof tussen landen te verkleinen en we zien nu al hoe deze trend vorm begint te krijgen. Maar er zijn sterke krachten die AI een andere kant op duwen. Niet per se met kwade bedoelingen – al zijn die er ook – maar voornamelijk gewoon door de manier waarop de samenleving in elkaar zit en de neiging van de meeste mensen om hun maatschappelijke rol te vervullen zonder daar al te diep over na te denken.