Neue Zürcher Zeitung | Zürich

Decennialang werden de resultaten van intelligentietesten steeds beter. Maar nu neemt de gemiddelde score in industrielanden juist af. Wat is er aan de hand?

Zelfs op matte maandagen kon je je op kantoor vroeger troosten met de gedachte: 100 jaar geleden zouden de meesten van ons genieën geweest zijn. Althans volgens de intelligentietest. Wie vandaag een intelligentiequotiënt van 100 scoort, geldt als middelmatig begaafd. Maar in het begin van de twintigste eeuw zou een dergelijke testuitslag voldoende zijn geweest voor 130 punten – wat overeenkomt met hoogbegaafdheid.

Het puntenaantal waar het bij zulke testen om gaat, kende lange tijd maar één richting: omhoog. Sinds er IQ-testen bestaan, werden de mensen in Europa steeds slimmer. Vele decennia lang. Het fenomeen werd het ‘Flynn-effect’ genoemd, naar de Amerikaanse politicoloog James Flynn, die het in de jaren tachtig ontdekte. Lange tijd lag de prestatiestijging op gemiddeld 0,3 IQ-punt per jaar. Dat klinkt niet als veel. Maar in slechts 100 jaar maakt het 30 punten verschil – het verschil tussen een middelmatige en een hoge begaafdheid.

De meeste deskundigen schrijven het Flynn-effect toe aan verbeteringen in de voeding en de medische zorg. En aan de uitbreiding van het onderwijssysteem. ‘De kinderen gingen in de loop van de twintigste eeuw steeds langer naar school,’ zegt Elsbeth Stern, hoogleraar onderwijskunde aan de ETH in Zürich. ‘Als gevolg daarvan verbeterden ze hun leer- en denkvermogen. Intelligentie ontwikkel je alleen als ze ook wordt uitgedaagd.’

Anti-Flynn-effect

Het frustrerende is: sinds enkele jaren wijzen de prestatiecurves bij IQ-testen plotseling naar beneden, of het nu in Denemarken is, of in Noorwegen, Australië, Frankrijk, Duitsland of Zwitserland. Het gemiddelde intelligentiequotiënt (IQ) van de bevolking, dat wordt berekend op basis van representatieve steekproeven van talloze testresultaten, daalt. Deskundigen spreken al van een ‘anti-Flynn-effect’.

Hoe kon het zover komen? Rechtse populisten als de bestsellerauteur en voormalig wethouder Financiën van Berlijn Thilo Sarrazin zitten niet verlegen om een verklaring: hoogopgeleide mensen hebben meestal maar weinig kinderen, argumenteren ze, minder intelligente mensen daarentegen hebben er vaak heel veel. Omdat intelligentie tot op zekere hoogte erfelijk is, zou de genenpool op die manier geleidelijk aan kwaliteit verliezen – en het gemiddelde IQ daalt dan. Als dat zou kloppen, waarom laat dit effect zich dan pas nu voelen?

Sommige onderzoekers wijzen op de hoge migratiecijfers van de laatste jaren: onontwikkelde immigranten (met veel kinderen) zouden het IQ in Europa omlaagtrekken. Men kan deze these racistisch vinden. Maar of een sterke instroom uit staten met een minder goed ontwikkeld onderwijssysteem de gemiddelde IQ-testresultaten in het land van aankomst inderdaad negatief beïnvloedt, valt te onderzoeken.