Die Zeit  | Hamburg  

De Oostenrijkse schrijver Clemens J. Setz bereikte een keerpunt, hij werd 36, en besloot zijn bewustzijn te trakteren op iets volslagen nieuws. In Tokio zette hij een VR-bril op en wist letterlijk niet wat hem overkwam toen zijn virtuele – nee, zijn echte – nee, beide soorten handen iets hards, nee, iets zachts, vacht, een echt object met een vacht, konden oppakken.

Een tijdje geleden stond ik op een middag ineens voor een Virtual Reality Arena in de wijk Shinjuku in Tokio. Het was mijn verjaardag. De eerste automatische spamberichten hadden me al gefeliciteerd. De hele ochtend had ik, terwijl het in Europa nog helemaal niet vandaag was, de balans opgemaakt van mijn leven tot nog toe, en nu maakte na alle opborrelende zelfkritiek langzamerhand een laboratoriummuisachtige, protestloze stemming zich van me meester. Het toeval had me bij dit kakelbonte gebouw gebracht en ik vond dat ik mijn bewustzijn nu beslist iets volslagen nieuws mocht aandoen. Tenslotte was ik vandaag 36 geworden, wat zoals bekend een keerpunt in het leven is. Vanaf dat moment zet de zon een dalende lijn in.

En er was zo veel wat mijn bewustzijn nog nooit had meegemaakt: DMT [werkzame stof in ayahuasca] noch psylocybine [werkzame stof in paddo’s], seksuele extase noch ontvoeringen door aliens, het was nog nooit op de maan geweest en zelfs niet in Australië of op de Zuidpool. Het is kinderloos en zonder begeleiding onderweg op aarde. Het kent tot nog toe alleen zichzelf.

Reddingsoperatie

Na het betreden van het reusachtige complex liep ik een paar minuten alle verdiepingen af om het aanbod te bekijken. Escaperoom met ballon die zichzelf langzaam opblaast. Horrorziekenhuis met cirkelzagen. Multiplayer-wereldoorlog. Na lang aarzelen waagde ik me in een van de onschuldigere ruimten. De hier geboden simulatie draaide om een dramatische redding. Op de honderdste verdieping van een torenflat was een muur weggebroken en voerde een smal plankenpad op duizelingwekkende hoogte naar buiten. Aan het eind ervan – lieve help – zat een katje te miauwen, dat waarschijnlijk door eigen onvoorzichtigheid daar terechtgekomen was.

Het moest worden gered – door mij. Dit had ik voorafgaand al van de managers gehoord, een jongeman en een oudere, heel vergenoegd uitziende vrouw. Als bij de briefing van een geheim agent lieten ze me Engelstalige kaartjes met een uitleg zien en gaven me al wijzend op de teksten een beschrijving van de missie. Ik knikte als ik het had begrepen. Ze trokken me naar het midden van de ruimte, gespten de VR-bril vast en deden me handschoenen aan. Ook speciale schoenen moest ik aan, waarmee ik alleen maar onnatuurlijke, meerkoetachtige stappen kon maken. Alles om me heen was spierwit, en ik hoorde de lichaamloze stem van de jonge manager naast me.

Ready? Ja, klaar. Opeens stond ik in een ruimte, het was een lift. Voor me zag ik mijn armen en als ik naar beneden keek ook zoiets als mijn lichaam. Ik was een beetje doorzichtig, wat me een onverwacht geluksgevoel gaf.