Foreign Policy  | Washington 

Tot voor kort leken de Verenigde Staten, het Westen en hun wereldrijk van soft power hét rolmodel voor welk nieuw bestel dan ook. Maar het liep net even anders. We zijn terug bij keiharde machtspolitiek.

Bijna dertig jaar geleden introduceerde Joseph Nye, de Amerikaanse politicoloog die later deel zou uitmaken van de regering-Clinton, op de pagina’s van Foreign Policy een nieuwe term: ‘soft power’. Het werd een razend populair begrip, dat zijn stempel zou drukken op de wereld van na de Koude Oorlog.

Nye redeneerde dat Amerika misschien een zwakkere mogendheid leek dan vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar nog steeds een unieke mate van invloed op de wereld kon uitoefenen. De VS had niet alleen militaire middelen maar kon ook gebruikmaken van zijn ‘soft power’, waar geen dwang aan te pas komt.

Harde macht

De harde macht was makkelijk te meten: gewoon een kwestie van raketten, tanks en troepen tellen. Maar waaruit bestond die soft power van Amerika dan? Nye onderscheidde drie categorieën: cultureel, ideologisch en institutioneel. Op al die vlakken wilde de hele wereld volgens hem op de Verenigde Staten lijken. En dat kon de VS benutten om de wereld mede vorm te geven. ‘Een staat die zijn macht legitiem weet te maken in de ogen van anderen, stuit op minder weerstand bij de verwezenlijking van zijn wensen.’ Want ‘als de cultuur en ideologie van een land aantrekkelijk zijn’, betoogde hij, ‘zullen anderen sneller bereid zijn dat land te volgen.’ Amerika’s soft power berustte volgens Nye op de aantrekkingskracht van de liberale democratie, de vrije markt en fundamentele mensenrechten. Met andere woorden: het liberalisme.

In de kwart eeuw nadat Nye zijn idee over soft power lanceerde, ontwikkelde de wereld zich grofweg inderdaad volgens de door hem geschetste lijnen. Nadat de Verenigde Staten de Koude Oorlog hadden gewonnen, oefende het Amerikaanse liberalisme een ongekende aantrekkingskracht uit op de hele wereld. Het ging zelfs zover dat de politicoloog Francis Fukuyama over ‘het einde van de geschiedenis’ sprak: de gedachte dat het Westen het politieke eindpunt had bereikt waar de rest van de wereld nu ook op afstevende.