Literary Hub | New York 

Wat betekent het om in ‘the greatest nation on earth’ te wonen als alle grote toonaangevende bedrijven in handen zijn van buitenlandse – vooral Chinese – ondernemingen?

Nostalgische gevoelens kunnen een krachtige en bedwelmende uitwerking hebben. Wanneer men door een roze bril naar het verleden kijkt, kunnen er onwerkelijke werelden opgeroepen worden, waarbij alleen de allerbeste momenten in beeld komen en de slechtste en meer alledaagse aspecten uit het zicht blijven. Teruggrijpen op een vroegere ‘gouden eeuw’ brengt vaak aangename herinneringen aan zogenaamd betere tijden naar boven, maar het is een procedé dat misleidend kan zijn en verkeerd kan uitpakken. De huidige wereld is namelijk in bijna alle opzichten beter dan de ‘wereld van gisteren’.

Een kind dat nu geboren wordt, heeft statistisch gezien niet alleen meer kans langer te leven dan zijn ouders maar ook langer dan elk van zijn voorouders. Er zijn nu meer opgroeiende kinderen die kunnen lezen en schrijven dan ooit eerder het geval is geweest – zowel in absolute aantallen (doordat de wereldbevolking nog nooit zo omvangrijk is geweest) als in percentages. Schoon (drink)water, medische zorg, betaalbaar en snel vervoer, energie- en communicatienetwerken zijn niet alleen in hoge mate beschikbaar, maar worden ook nog steeds toegankelijker. Er is veel waarover men zich, met het oog op de toekomst, kan verheugen.

Toekomsttwijfels

Dat maakt het er overigens niet eenvoudiger op je aan veranderingen aan te passen. Het is niet altijd gemakkelijk optimistisch te blijven wanneer je je in de verkeerde periode op de verkeerde plek lijkt te bevinden. Dat is het geval in de Verenigde Staten, waar de opkomst van China kennelijk niet alleen aanleiding geeft tot systeemgebonden twijfels ten aanzien van Amerika’s toekomst, maar ook een schaduw over het land werpt, waardoor begrijpelijk wordt dat men terugverlangt naar de zogenaamde gouden tijden van de twintigste eeuw.

Het is moeilijk wennen aan het feit dat het ene na het andere concern wordt verkocht, van hotels tot vliegtuigmaatschappijen, van biotech-bedrijven tot de General Electrics witgoeddivisie – ooit een parel in de kroon van GE, dat zelf ook een ‘instituut’ binnen het Amerikaanse bedrijfsleven is.

Dat bekende merken in handen vallen van kopers van buitenaf, doet het ‘systeem’ op zijn grondvesten schudden, vooral wanneer die kopers – afkomstig van plekken in de wereld waarover maar weinig bekend was en waaraan niet veel aandacht was besteed – zich maar zelden hadden beziggehouden met toekomstverwachtingen. Dat geldt niet alleen voor de Verenigde Staten, maar ook voor Europa, waar een aantal zeer tot de verbeelding sprekende bedrijven en merknamen – van Volvo tot de taxi’s in Londen, van Warner Music tot bouwgigant Strabag – in handen van buitenlanders is die voornamelijk afkomstig zijn uit de landen aan de zijderoutes.