The Guardian  | Londen

Voor het derde jaar op rij wordt Californië geteisterd door grote bosbranden. Volgens lokale media is het in een deel van de staat inmiddels zo riskant om te wonen dat bewoners misschien beter kunnen verhuizen.

Bij het aanbreken van de dag was een groot deel van Californië in rook gehuld: het hele weekend hadden windvlagen van wel 160 kilometer per uur natuurbranden door bossen en woongebieden gejaagd.

Het was niet de eerste keer dat dit gebeurde, het was de afgelopen drie jaar zelfs elk jaar raak, en deze keer likten de vlammen langs wijken die in 2017 al waren verwoest. Verslaggevers interviewden een gezin dat net zaterdag in hun herbouwde huis was getrokken, maar meteen weer moest worden geëvacueerd.

Het was een filmisch schouwspel: op zeker moment sprong het vuur aan het uiteinde van de baai van San Francisco de Straat van Carquinez over, waardoor de brug van Interstate 80 in rook en vlammen werd gehuld. Zelfs gebieden die niet in brand stonden, merkten de gevolgen: miljoenen mensen kwamen zonder stroom te zitten omdat Pacific Gas and Electric (PG&E) de elektriciteit uitschakelde, uit angst dat de masten zouden omwaaien en de vonken van de kabels nieuwe branden zouden veroorzaken.

Het nieuwe normaal

Drie jaar achter elkaar – het begint te lijken op het nieuwe, en onmogelijke, normaal. Daar duidde de plaatselijke krant, de San Francisco Chronicle, vanmorgen op met deze zin, midden in een reportage over het inferno: de vuren hadden ‘de angst versterkt dat delen van Californië bijna te gevaarlijk zijn geworden om in te wonen’. Lees dat nog maar eens: de plaatselijke krant zegt hier zwart op wit dat een deel van de staat nu zo riskant is dat de burgers er misschien wel weg moeten.

Enerzijds is dit niet echt een verrassing. Mijn laatste boek, Falter, draaide om het idee dat de klimaatcrisis grote delen van de wereld steeds verder tot voor mensen onbewoonbaar gebied maakt. Steden in Azië en het Midden-Oosten waar de temperatuur nu tot ver boven de 50 graden kan reiken, zo hoog dat het menselijk lichaam zichzelf niet meer kan koelen; eilandstaten (en de stranden van Florida) waar elk hoogtij door de woonkamer of de straten stroomt; pooldorpen die verplaatst moeten worden omdat de oceaan aan de kust vreet, nu het zee-ijs is verdwenen.