The New York Times  | New York  

Wereldleiders streven niet meer naar een betere wereld, maar naar uitbreiding van hun macht. De in de Sovjet-Unie geboren Peter Pomerantsev laat in zijn nieuwste boek zien hoe deze Wille zur Macht leidt tot minachting van de waarheid.

In 2014 publiceerde Peter Pomerantsev, een in de Sovjet-Unie geboren Britse journalist, het boek Niets is waar en alles is mogelijk, over de tijd waarin hij bij de Russische televisie werkte. Hierin beschrijft hij een maatschappij die lichtzinnig en onbezonnen wegvlucht van het verlichtingsempirisme. Hij laat zien hoe een door de staat gecontroleerde omroep ‘steeds onbetrouwbaarder werd en de behoefte om paniek en angst te zaaien steeds urgenter; de redelijkheid was ver te zoeken en de kongsi’s en haatzaaiers die het Kremlin gunstig gezind waren, werden op primetime gezet.’

Sinds 2016 geniet het boek een tweede leven onder mensen die de chaos proberen te begrijpen die de brexit en Trumps verkiezingsoverwinning hebben veroorzaakt. Beide catastrofen waren een overwinning voor de xenofobe, feitenvrije politiek en beide werden gesteund door de Russische informatieoorlog. Pomerantsevs boek over Rusland leek plotseling profetisch voor de rest van de wereld.

Nu heeft hij een indringend vervolg geschreven, Dit is geen propaganda. De oorlog tegen de waarheid, dat onder meer een poging is om te begrijpen hoe de desoriënterende verschijnselen die hij in Rusland waarnam zich over de hele wereld voordoen. Als kind van verbannen Sovjetdissidenten plaatst Pomerantsev zijn familiegeschiedenis – die zich voltrok in een tijd waarin ideeën, kunst en informatie de tirannie uitdaagden – naast een heden waarin de waarheid er nauwelijks toe lijkt te doen.

‘Tijdens de glasnost leek het alsof de waarheid iedereen zou bevrijden’, schrijft hij. ‘Feiten leken macht te hebben; dictators leken zo bang voor feiten dat ze die achterhielden. Maar sindsdien is er iets volkomen verkeerd gegaan: we hebben toegang tot meer informatie en bewijsmateriaal dan ooit, maar feiten lijken hun macht te zijn kwijtgeraakt.’