Revistalate.net  

Ook in Chili gingen meer dan een miljoen mensen de straat op. De aanleiding was de prijsverhoging van het metrokaartje; de derde verhoging dit jaar bleek een vonk die massale woede deed ontvlammen.

Heel vroeg in de ochtend probeer ik door het centrum van Valparaíso te lopen, de stad waar ik ben geboren en getogen. Mijn keel voelt aan als schuurpapier, mijn neus prikt, mijn ogen worden beschermd door de tranen op mijn gezicht. Alles kost inspanning, vooral ademhalen; het is het traangas, het zijn het leger en de politie die overal kruitdampen achterlaten.

De straten liggen vol puin en er komen steeds meer rijen mensen die voedsel willen kopen. De nerveuze kalmte doet denken aan de zwartste dagen van de militaire dictatuur. Tja, dit komt niet uit de lucht vallen, het is niet zo ingewikkeld om dit te begrijpen; laten we een paar dagen teruggaan in de tijd. 

Het is vrijdag, veel mensen geven in Santiago gehoor aan een oproep op sociale media: ‘Koop geen metrokaartje’. De tarieven zijn verhoogd met 30 peso [3,5 eurocent]. Dat lijkt een schijntje, maar dat is het niet. Inclusief de prijsverhoging kost een kaartje nu 830 peso [1,01 euro]. Zo wordt in het spitsuur een metrokaartje in Chili het duurste van heel Zuid-Amerika.

Demonstranten protesteren tegen de president Piñera tegenover het Palacio de La Moneda, waar de regering resideert. Op 7 november heeft de president aangekondigd betogers harder te straffen. © Claudio Santana / Getty