Le Monde | Parijs

Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.

Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.

Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.

Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.

‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’