The Washington Post | Washington D.C.

Zijn broer heeft bekend veertien leerlingen en drie stafleden te hebben doodgeschoten op Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida. Maar het is de enige familie die Zach Cruz nog heeft.

Hij houdt zijn blik omlaag gericht als hij het gerechtsgebouw in loopt, want hij weet dat mensen hem zullen aanstaren als ze hem zien. Hij maakt zijn zakken leeg bij de beveiliging en haast zich de lift in. Hij trekt aan de stropdas, die hij heeft geleend omdat hij zijn pak is vergeten. Hij heeft een bloedhekel aan pakken. Hij heeft een bloedhekel aan dit allemaal. Maar voor zijn broer komt hij telkens weer opdagen.

De lift uit, de gang af, langs de verslaggevers en naar de deuren met politiemensen ervoor. Die doen een stap opzij en hij gaat de rechtszaal binnen.

Daar, in een rode overall, zit zijn broer Nikolas Cruz, die heeft bekend dat hij op zijn vroegere middelbare school een bloedbad heeft aangericht.

Veertien leerlingen en drie stafleden vonden de dood op die Valentijnsdag op Marjory Stoneman Douglas High in de stad Parkland. Zeventien anderen raakten gewond en hebben blijvende littekens overgehouden, fysiek en mentaal. Het leven van nog eens honderden mensen is totaal overhoop gegooid: ouders die opeens hun kinderen misten, leerlingen die overdag actie voerden voor beheersing van de wapenverkoop en ’s nachts kampten met paniekaanvallen, beveiligers die tijdens de schietpartij in de buurt waren en zware kritiek hebben gekregen vanwege de keuzes die ze in de chaos maakten.

Verstoten

Sommige van die mensen zitten hier in de rechtszaal, en naast hen in een bank schuift nu iemand wiens leven op die dag ook is ontspoord. Zachary Cruz was 17 jaar toen zijn oudere broer een van de dodelijkste schoolschutters in de Amerikaanse geschiedenis werd.

In de maanden na de schietpartij is Zach verstoten door zijn gemeenschap, onvrijwillig opgesloten in een psychiatrische instelling, twee keer gearresteerd, uit het huis van zijn pleegmoeder geschopt, opgevangen door vreemden die hem mee hebben genomen naar Virginia, 1600 kilometer ten noorden van hier, en van medeplichtigheid beschuldigd, niet zozeer door anderen, maar door zichzelf.

Hij rekt zijn nek om zijn broer beter te kunnen zien. Nik heeft een nieuwe bril op. Zach ziet dat zijn haar weer kort geschoren is.

Zach blijft proberen oogcontact te maken. Maar Nik houdt zijn hoofd naar opzij gekeerd en kijkt van hem weg.

‘We willen graag een datum voor de rechtszaak hebben om naartoe te werken,’ zegt een aanklager tegen de rechter. Het openbaar ministerie van Florida, berucht om zijn terdoodveroordelingen, wil die ook voor de twintigjarige Nik eisen. ‘Het is nu bijna een jaar geleden dat dit incident plaatsvond.’

Zach kijkt weer omlaag naar zijn skateboardschoenen. Hij en Nik hebben hun biologische ouders nooit gekend, en hun adoptieouders zijn dood. Zach is in zijn eentje deel gaan uitmaken van de groeiende groep mensen van wie een broer of een zoon massamoordenaar is geworden. Maar toch ligt het voor hem iets anders dan voor de familieleden van de Colombine-, Virginia Tech- en Sandy Hook-schutters: zijn broer leeft nog, voorlopig.

En dat houdt in dat Zach heeft moeten kiezen. Als hij Nik steunde, verbond hij zichzelf voorgoed met de gruwelijke misdaad die zijn broer heeft begaan. Als hij afstand nam, liet hij de enige echte familie die hij bezat in de steek.

‘Ik draag het altijd met me mee. Elke dag. Het valt niet te vergeten,’ zegt Zach nu. ‘Ik zit klem tussen mijn liefde voor hem en mijn haat om wat hij heeft gedaan.

De openbaar aanklager praat maar door. De rechter knikt mee. En Zach kijkt om de paar minuten op, in de hoop dat zijn broer merkt dat hij er nog is.