Al-Araby Al-Jadid  | Londen

Aan het begin van de twintigste eeuw ging de afschaffing van de sluier hand in hand met de strijd voor onafhankelijkheid. In de jaren zeventig droeg men een sluier als teken van afkeer van het Westen. Momenteel breekt er een nieuw tijdperk aan.

In de jaren twintig van de vorige eeuw waren Huda Sha’arawi en Siza Nabrawi boegbeelden van de strijd tegen het kolonialisme en voor de onafhankelijkheid van Egypte. Hun militante betrokkenheid was des te opmerkelijker omdat vrouwen in die tijd over het algemeen alleen hun huis verlieten voor een bezoek aan de begraafplaats.

Eén moment in de geschiedenis was bij uitstek kenmerkend voor het doel van hun strijd: in 1923 deden ze in het openbaar hun sluier af en besloten voortaan hun haar onbedekt te laten. Deze symbolische daad inspireerde andere vrouwen, die betogingen begonnen te organiseren waarbij ze hun sluier verbrandden, niet alleen in Caïro en andere grote steden in Egypte, maar vrijwel overal in de Arabische wereld. Hun afschaffing van de sluier ging hand in hand met de eis dat de kolonisator hun land onafhankelijk zou maken.

Toen de onafhankelijkheid van Egypte eenmaal een feit was, greep Gamal Abdel Nasser [president van 1954 tot 1970] de macht. In de jaren vijftig en zestig sprak hij met bijtende ironie over de sluier en liet hij er geen twijfel over bestaan hoezeer hij die verachtte. Zijn vrouw droeg er geen. Er was geen wet die het dragen ervan verbood, maar de tijdgeest schreef een nieuwe sociale norm voor volgens welke de sluier ruim baan moest maken voor de Europese mode, met japonnen, rokken en hoge hakken.