Prospect  | Londen

In Eupen vergaderen vijfentwintig door loting geselecteerde Oost-Belgen samen in een burgerraad over politieke kwesties en brengen advies uit aan het parlement. Maar leidt dit ook echt tot meer inspraak en betrokkenheid van de ‘gewone burger’ in de politiek?

De instituties van de westerse liberale democratie brokkelen af, maar valt er misschien in een stukje van oostelijk België een remedie te ontwaren?

Neem vanuit Brussel de trein, en na bijna twee uur kom je aan in Eupen, de hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap in België. Een pittoreske kerk siert het centrale plein, op de stoepen staan bistrotafeltjes, en fietsers zoeken zich een weg door de met kinderhoofdjes geplaveide straten.

In dit rustige, bezadigde en redelijk welvarende provinciestadje verwacht je niet zo snel een radicale democratische vernieuwing. Volgens het onbegrijpelijke Belgische politieke stelsel, waarin territoriale, op taal gebaseerde en federale elementen door elkaar lopen, heeft de Duitstalige gemeenschap haar eigen regering. Met een bevolking van 76.000 zielen is Oost-België of Ostbelgien de kleinste federale eenheid van Europa [sinds 2017 noemt de Duitstalige gemeenschap zichzelf Oost-België], maar het heeft een echt parlement dat besluit over onderwijs, cultuur, energie en sociale zaken. En vanaf volgend jaar krijgen gewone, door loting aangewezen mensen de kans om naast de gekozen parlementsleden beleid te vormen, in de eerste permanente burgerraad ter wereld.

Burgerraden kunnen verschillende vormen hebben, maar het basisprincipe is altijd dat willekeurig geselecteerde burgers zich over politieke kwesties buigen, vaak met hulp van deskundigen of gespreksleiders. Ze worden de laatste jaren geleidelijk aan populairder, maar het bijzondere van het Belgische experiment is dat daar de burgerraad in de bestuursstructuur is opgenomen. Toch is zelfs een bestuur door willekeurig geselecteerde burgers niets nieuws, als je naar de geschiedenis kijkt. De pleitbezorgers van zo’n burgerraad vinden dan wel dat de parlementaire democratie uit de tijd is omdat die sinds de achttiende eeuw niet is veranderd, maar grijpen vervolgens vrolijk terug op het antieke Athene (zie kader) als de ware pionier op het gebied van ‘gelote vertegenwoordigers’.

Het grote gesprek

In de jaren negentig van de vorige eeuw hebben Britse hervormers voorgesteld om het Hogerhuis te vervangen door via loting aangewezen burgers, en niet lang daarna speelde New Labour met het idee om een stel gewone mensen bij elkaar te zetten die dan met beleid moesten komen dat ‘wel werkt’: denk aan de ‘Big Conversation’ van Tony Blair. Maar korter geleden heeft een burgerraad in Ierland concreter succes behaald door de weg te plaveien voor de legalisering van abortus en het homohuwelijk. Dit succes heeft veel juichende krantenkoppen opgeleverd, en veel politici geïnspireerd, van Ed Miliband en Rory Stewart tot Emmanuel Macron, die een grand débat national heeft beloofd.

In Toronto, Madrid en Gdansk zijn burgerraden voor specifieke kwesties opgezet. Onlangs is bij 30.000 Britse huishoudens een uitnodiging op de mat gevallen om deel te nemen aan de nationale burgerraad – een initiatief van een groep parlementariërs van alle partijen. Politiek wetenschappers die de blauwdrukken hiervoor hebben, worden door wanhopige regeringen over de hele wereld met veel égards binnengehaald. Een van de bekendste is de charismatische en veelzijdige Belgische historicus David Van Reybrouck. Hij waarschuwt dat het voor een rusteloos publiek niet langer volstaat om elke vijf jaar een hokje rood te maken en dan weer rustig te gaan slapen. Stemmen, betoogt hij, is nooit bedoeld geweest om mensen een betekenisvolle inbreng te geven, maar om hen op hun plaats te houden: het woord ‘elite’ betekende oorspronkelijk ‘degenen die gekozen zijn’.

Net als de serieuze en kosmopolitische politicoloog Yves Dejaeghere is Van Reybrouck een van de voortrekkers van een democratisch platform dat G1000 heet en zich ten doel stelt de massa’s bij elkaar te brengen in plaats van het handjevol leiders op de G7. Eupen had in 2017 een proef gedaan met een burgerdialoog over kinderopvang. De minister-president was zo tevreden over de resultaten daarvan (later meer over die resultaten) dat hij de G1000 uitnodigde om het ‘Eupen-model’ te ontwikkelen.

Dit najaar zijn er zelfs politici en grondwetexperts uit landen als Australië, Brazilië, Bosnië en Peru in Eupen neergestreken voor een ‘zomerschool’ over gelote burgerraden, waar ze Van Reybroucks ‘laboratorium voor de wereld’ kunnen bestuderen. Persoonlijk ben ik wat sceptisch over loting, maar niet omdat je het niet aan gewone burgers zou kunnen overlaten om goede besluiten te nemen. Bij mij gaat het er meer om dat ik liever heb dat mijn vuilnis op tijd wordt opgehaald dan dat ik ’s avonds naar bijeenkomsten moet om daar ‘iets over te zeggen te hebben’.