The Caravan  | New Delhi

Dokters in India voeren een slepend gevecht om de tienduizenden dodelijke slachtoffers die er jaarlijks door slangenbeten vallen terug te dringen. Maar er is een gebrek aan medisch personeel, tegengif en preventieve kennis bij de plattelandsbevolking.

In 1969, in het dorpje Umbraj, in het district Poona in westelijk India, stond een achtjarige jongen die het concept ‘dood’ nog niet kon bevatten als aan de grond genageld bij de aanblik van een groep weeklagende mensen rondom een vrouw die zojuist aan een slangenbeet was gestorven. Het was zijn eerste kennismaking met het fenomeen van de slangenbeet, dat in India jaarlijks tienduizenden dodelijke slachtoffers maakt. Deze vroege kennismaking zou de verdere loop van zijn leven bepalen.

De jongen, Sadanand Raut, werd later arts. In 1992 richtte hij in de stad Junnar, in hetzelfde district, een kliniek met een eigen apotheek op. Op een dag in 1994 kreeg Raut te horen dat de achtjarige dochter van een landarbeider in het naburige plaatsje Narayangaon door een adder was gebeten.

Ze werd met spoed naar zijn kliniek gebracht, maar het was te laat. Van het ‘gouden uur’ – de eerste zestig minuten na een slangenbeet waarin behandeling baat kan hebben – waren bijna twintig minuten verstreken, en het meisje kon niet meer worden gered.

Slangenbeetkliniek

‘Ik werd achtervolgd door dat incident,’ vertelt Raut. ‘Ik vroeg mezelf af: wat voor nut heeft mijn opleiding als ik als dokter, met al mijn kennis, dat arme kind niet kan redden?’ De dood van het meisje vormde de aanleiding om iets concreets te doen om de levens te redden van slachtoffers van slangenbeten. Raut wist er nauwelijks iets van af; de behandeling van slangenbeten behoorde niet tot het curriculum van de studie geneeskunde.

‘Ik begon me in te lezen over medicatie en preventie en breidde de kliniek uit,’ vervolgt hij. Door het ontbreken van geschikte medische voorzieningen in Junnar moesten slachtoffers in het verleden naar een ziekenhuis in het verder gelegen Poona worden gebracht. Daarmee verloren ze kostbare tijd. ‘In 2017 hebben we meer dan 160 slachtoffers in onze kliniek behandeld, van wie er niet één is gestorven,’ zegt Raut met onverholen trots. ‘In de afgelopen twintig jaar zijn hier meer dan vierduizend patiënten van een zekere dood gered. Vroeger was de bevolking afhankelijk van mantriks, gebedsgenezers, maar inmiddels hebben ze vertrouwen gekregen in ons medici,’ voegt hij eraan toe. ‘Soms krijgen we zelfs patiënten uit Poona doorgestuurd.’

India voert wereldwijd de ranglijst aan wat slangenbeten betreft. De Wereldgezondheidsorganisatie – die slangenbeten in 2017 toevoegde aan de lijst met verwaarloosde tropische ziektes – schat dat jaarlijks zo’n 2,8 miljoen Indiërs worden gebeten door een slang. Volgens een rapport van de Million Death Study, dat onderzoek doet naar gevallen van vroegtijdige dood in het land, vallen er ieder jaar bijna vijftigduizend doden door een slangenbeet. Maar het totale aantal ligt waarschijnlijk vele malen hoger omdat de meeste incidenten in afgelegen gebieden plaatsvinden en zodoende ongeregistreerd blijven.