The Guardian | The Atlantic

Het gezang van de es en de perenboom

Bioloog David Haskell is gefascineerd door de muziek van het bos.

Wat voor geluiden maken bomen? Met die vraag in het achterhoofd begon de Amerikaanse bioloog David Haskell een paar jaar geleden aan een heel ongewone reis om de wereld. Gewapend met apparatuur waarmee hij geluiden ‘te subtiel voor onze oren’ kon registreren, aldus The Guardian, legde deze professor uit Tennessee zijn oor te luisteren bij twaalf bomen op vier continenten. Bomen als de ceibo uit Ecuador, de Schotse hazelaar, de Japanse witte den… elk heeft zijn eigen muziek, vertelt Haskell in zijn boek The Songs of Trees [in het Nederlands vertaald als Het geheime leven van bomen]. De Britse krant bejubelt dit ‘sublieme’ essay om zijn ‘wetenschappelijke grondigheid, lyriek en de ruimte die het laat aan de verbeelding’.

In een reeks korte hoofdstukken beschrijft Haskell hoe bomen een onvermoede binnenwereld hebben van geluidjes: ‘via het ultrasonische geluid van geklik en gekraak kun je bij een eik de circulatie van sappen binnen in de stam beluisteren’, vertrouwt hij The Guardian toe. ‘Wanneer de wortels van een gele den zich tijdens de groei ingraven, hoor je getik als steentjes breken of weggedrukt worden. Onder het asfalt van de straten van New York krijgt een perenboom langs de weg dikkere wortels als reactie op het getril van de metro.’

De schrijver benadrukt dat het beluisteren van deze ware bomensymfonie niet alleen aan wetenschappers is voorbehouden. Iedereen die goed oplet kan de nuances die er tussen de verschillende soorten bestaan leren appreciëren. ‘De bladeren van elke plant hebben een karakteristieke vorm en grootte en reageren daarom anders op regendruppels. Sommige produceren het ‘getik van metaal op metaal’, andere weer een ‘gedempt houtig geluid, ernstig en helder’, of juist ‘snelle klikjes als van een toetsenbord’, zegt Haskell in The Atlantic. ‘Ook zonder kunstmatige versterking kan ons oor de veranderende stem opvangen van een esdoorn: in de lente, wanneer de blaadjes net uitkomen, of in de herfst, wanneer ze beginnen te vallen’, verzekert Haskell het tijdschrift.

Stilstaan, aandachtig luisteren en proberen elke nuance van deze sonore wereld op te vangen, daartoe nodigt Haskell ons uit. Hij ontwikkelt in zijn boek een ‘ecologische esthetiek’, zoals hij het zelf noemt. Dat wil zeggen ‘je met al je zintuigen, je geest en je hele lichaam bewust worden van de plek waar je bent’. Zo’n houding is allesbehalve een ‘vlucht in een fantasienatuur waarin geen plek is voor mensen’, legt The Guardian uit.
Integendeel, het gaat er juist om ‘deel uit te gaan maken van de natuur in al zijn facetten’ en elke boom te leren zien als ‘een startpunt van zich vertakkende verhalen’.

De ziel van de woudreuzen

In zijn roman Tot in de hemel verklaart de Amerikaanse auteur Richard Powers zijn niet-aflatende liefde voor bomen.

Toen hij in april 2019 de Pulitzerprijs won, was Richard Powers volgens The Guardian zonder twijfel ‘de grootste schrijver van wie je nog nooit had gehoord’. De Amerikaanse schrijver uit Illinois deed voor het eerst van zich horen in de jaren negentig, met zijn roman The Gold Bug Variations. Hij vertelde de Britse krant dat hij ter voorbereiding op zijn twaalfde roman meer dan 120 boeken over bomen had gelezen. Anders dan bij zijn eerdere romanthema’s inspireerden hem bovenal de vele momenten die hij ‘alleen in het bos’ doorbracht.

De roman Tot in de hemel uit 2018 verhaalt van ‘de complexiteit en schoonheid van bomen’ en ‘onze diepgaande relatie tot hen’. In deze meerstemmige roman worden negen personages gevolgd die elkaar in Californië ontmoeten om een mammoetboom te beschermen die dreigt te worden omgehakt. Maar de werkelijke helden van het boek zijn de bomen zelf, die ons een ‘radicaal ander idee van de tijd’ geven. In het bos verloopt het leven ‘in het tempo van bomen’. Er speelt zich een mysterieuze vorm van communicatie af, waarvan wij mensen, verloren in de virtuele wereld die wij zonder enig contact met de natuur voor onszelf construeren, veel kunnen leren.

Volgens The Atlantic reflecteert de uitwaaierende structuur van Powers’ roman de sociale interactie die bomen al duizenden jaren met elkaar onderhouden. ‘Ze communiceren met elkaar via een reusachtig netwerk van wortels.’ Hij roept zijn lezers op ‘te beseffen dat bomen net als wijzelf levende wezens zijn’. De Amerikaanse schrijver ‘vertaalt de realiteit van de natuur in een overtuigend ideeënwereld’.

‘Het schrijven van Tot in de hemel heeft mijn leven veranderd,’ vertrouwde Powers The Chicago Review of Books toe. Tegenwoordig woont hij in North Carolina, niet ver van het nationaal park The Great Smoky Mountains, dat meer dan honderd boomsoorten telt en in zijn ogen ‘een van de laatste echte toevluchtsoorden voor biodiversiteit van het continent’ is.