The Times | Londen

Vormt het bos een socialistische commune of is juist het tegendeel waar en geldt er het recht van de sterkste? De wetenschap is er nog niet over uit.

© Eric Muhr / Unsplash

Het lijkt er steeds meer op dat bomen met elkaar ‘praten’ via netwerken van schimmeldraden onder de grond. Dit plaatst de wetenschap voor een probleem: is dit onderaardse communicatienetwerk het bewijs van een levend socialisme of is het juist een markteconomie waarin individuen vrijelijk met elkaar concurreren?

Een van de bekendste Britse schrijvers over ecologie, Robert Macfarlane, schrijft dat hier onder wetenschappers een felle discussie over gaande is. De relatie tussen bomen, planten en schimmels in het bos is onderwerp van een ideologisch debat geworden. Al sinds de jaren negentig wordt er onderzoek gedaan naar dit verbazingwekkende ‘ondergrondse sociale netwerk’. Dat begon na de ontdekking dat schimmels met hun lange schimmeldraden tot diep in boomwortels doordringen en daarmee een ‘interface voor de uitwisseling van moleculen’ creëren.

Via dit ondergrondse netwerk kunnen bomen, zelfs als ze tot verschillende soorten behoren, stoffen uitwisselen. Ook kunnen ze elkaar waarschuwen voor gevaar, bijvoorbeeld als er een parasiet in hun leefgebied verschijnt. ‘Sommigen zien daar een systeem van collectieve zorg in, waarin een groep organismen individuen beschut die daar behoefte aan hebben,’ legt Macfarlane uit. ‘Een mooie socialistische visie.’ Maar, relativeert hij gelijk weer, je kunt er ook ‘een neoliberale interpretatie aan geven’.