The Guardian Australia | London

De speciale band die inheemse volkeren
met het Australisch land verenigt, wordt nog verder beschadigd door de branden. Het is tijd om voor het land te zorgen en van de Aboriginals te leren, pleit deze Australische Aboriginal-journalist.

Een bewoner staart naar de overblijfselen van haar huis vlakbij Lake Conjola, in New South Wales, Australië. – © David Gray / Getty

In Murramarang aan de zuidkust bevindt zich een vuilnishoop die teruggaat tot aan de ijstijd. Daar liggen de verhalen van twaalfduizend jaar bewoning door het Yuin-volk, opgeslagen in lagen stenen van werktuigen en speerpunten, visgraten en oesterschelpen. Om er te komen loop je door een veekraal over een pad dat is uitgesleten door de surfers die hierlangs naar Murramarang Beach lopen. De vuilnishoop ligt aan een inham op de landtong, beschut tegen de wind, een plek om te gaan zitten en naar de zee en de lucht te kijken.

Duizenden jaren lang kwamen hier Yuin-voorouders bij elkaar om feest te vieren en vuursignalen naar andere stammen aan de kust te sturen. Mijn vader zei vroeger altijd dat hij daar graag eens op een avond bij een vuur zou willen zitten om te zien wie er dan uit het donker opdook om bij hem te komen zitten. Zo sterk is hun aanwezigheid daar op die stille plek.

Murramarang lag midden in het brandgebied, zo’n 18 kilometer ten zuiden van Ulladulla in de buurt van Bawly Point, waar de branden begin december helemaal tot aan het zand zijn geraasd. Ik hoop dat de vuilnishoop nog intact is, maar anders dan de premier geloof ik niet in wonderen. De branden waren te verwoestend.

Als Aboriginal opgroeien op de plek van een andere stam is een leven lang dubbel ontheemd zijn. Wij horen ergens anders thuis, maar al zijn we generaties geleden verdreven door de kolonisatie en alle verschrikkingen die daarop volgden, toch koesteren wij First Nations-mensen waar we ook wonen een diepe liefde voor het land en alles wat daartoe behoort. Het mag dan niet ons land zijn, we houden ervan en zorgen ervoor.