Ha'Aretz | Tel Aviv

Iran noch de VS heeft oren naar een totale oorlog. Ondertussen heerst een gespannen stilte en stapelen de dreigementen zich op over terugtrekking van troepen uit Irak.

De Verenigde Staten sturen vanwege alle onrust drieduizend extra militairen naar het Midden-Oosten. – © Getty

Hoelang kan een uitputtingsoorlog tussen Iran en de VS in Irak doorgaan? Als je afgaat op het verschil tussen wat president Donald Trump zegt en wat hij doet, lijkt Iran nog heel wat tijd in de Iraakse arena vergund. Eén werkhypothese is al werkelijkheid geworden: Trump is niet geïnteresseerd in een totale oorlog, en Iran evenmin.

Maar tussen een totale oorlog en een gespannen stilte is nog volop ruimte voor de twee tegenstanders om in actie te komen, vooral als geen van beide een goed overdacht plan heeft om de onderlinge crisis op te lossen. Dat blijkt wel uit de komische situatie dat de VS hun troepen uit Irak willen terugtrekken maar elders in het Midden-Oosten nieuwe troepen stationeren.

Generaal Mark Milley, de Amerikaanse chef-staf, gaf tegenover journalisten in het Pentagon een interessante verklaring voor een op 6 januari gepubliceerde brief opgesteld door brigadegeneraal William Seely, opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Irak, over de plannen voor terugtrekking uit Irak: ‘Dat was een vergissing. Die brief was een kladversie en had nooit in die vorm vrijgegeven mogen worden.’

Trump maakte een dag eerder duidelijk dat de VS niet van plan is zich terug te trekken uit Irak. Nadat het Iraakse parlement een wet had aangenomen om de regering te dwingen buitenlandse troepen van haar grondgebied te verwijderen, verklaarde Trump: ‘Als ze ons vragen te vertrekken, zullen we ze sancties opleggen zoals ze nooit eerder hebben gezien. Daar zullen de sancties tegen Iran bij verbleken.’

De Iraakse regering vat Trumps dreigementen niet lichtvaardig op. De soennitische voorzitter van het parlement drong er bij zijn sjiitische ‘grote broers’ op aan ‘in het belang van de staat, de soennieten en de Koerden te handelen’ en tegen de wet te stemmen. Maar het anti-Amerikaanse sentiment bleek te sterk. Nu moet een overgangsregering beslissen over de toepassing ervan, die enorme consequenties kan hebben voor het lot van het land.

De Iraakse premier Adil Abdul-Mahdi probeerde de parlementsleden een afgezwakte versie van het wetsvoorstel voor te schotelen, die inhield dat er toch een beperkt aantal Amerikaanse soldaten in Irak zou mogen blijven, met een aangepaste opdracht. Abdul-Mahdi vreest terecht dat zonder Amerikaanse luchtsteun en het trainingsprogramma waarbinnen inmiddels bijna 200.000 Iraakse militairen zijn opgeleid, Irak moeite zal hebben een nieuw IS-offensief te weerstaan.