HLO | Budapest

Wij zijn verzeild geraakt in een ‘Brave New World’ waarvan niemand de gevolgen kan overzien. De Roemeense auteur en stem van zijn generatie Mircea Cărtărescu maakt zich zorgen om van alles, maar ook om de intellectueel (hijzelf) die zich in de huidige wereld kwaad en gefrustreerd voelt, en dat komt niet voort uit een opgeblazen ego, maar uit een gevoel van onmacht. Een gepeperd college.

Denkt u dat wij, gezien de ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar, de huidige periode als een nieuw tijdperk, een keerpunt kunnen beschouwen? Wat zijn de belangrijkste kenmerken ervan?

‘Het antwoord op deze vraag hangt af van wie die “wij” zijn: wij de Roemenen, wij Oost-Europeanen, wij Europeanen, wij de mensheid?

Voor ons Roemenen zijn er twee doorslaggevende gebeurtenissen geweest die ons leven in de afgelopen dertig jaar wezenlijk hebben veranderd: de revolutie van 1989, die heeft geleid tot een verandering (al was die gedeeltelijk en geleidelijk) van het politieke stelsel, met de overgang van een totalitair regime naar een democratie, waardoor we burgerlijke vrijheden verworven: vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om te reizen, persvrijheid en vrije rechtspraak, de vrijheid om handel te drijven, enzovoort, en de toetreding tot de Europese Unie in 2007, een doorslaggevend moment voor de consolidatie van de democratie en de rechtsstaat. Gedurende die hele periode hebben de prodemocratische en pro-Europese partijen en burgerbewegingen strijd moeten leveren met een grote verstarde, retrograde, nationalistische en corrupte partij die het segment van de bevolking vertegenwoordigde dat terugverlangde naar de communistische tijd, zich niet kon aanpassen aan de toekomst en zich richtte op het soort paternalisme dat kenmerkend is voor autocratisch bestuurde landen aan de oostkant van Eurazië. Deze strijd wordt tot op de dag van vandaag gevoerd, terwijl de meerderheid van de burgers het Europese ideaal lijkt te hebben omarmd.

De overige landen van Oost-Europa lijken echter niet zo zeker te zijn van hun liberale en Europese keuzes. Integendeel, een nationalistische golf, die over het algemeen wordt voortgestuwd door radicaal rechts, heeft de staten die bekendstaan als de Visegrádgroep overspoeld: Tsjechië, Slowakije, Polen en Hongarije, die zijn afgegleden naar een nadrukkelijk illiberalisme, wat gepaard gaat met het inperken van de burgerlijke vrijheden door autoritaire regimes met een protectionistisch anti-immigratiebeleid. Deze landen bleken het kwetsbaarst voor de anti-Europese propaganda van Russische zijde, waarbij sommige, zoals Hongarije, bijna officiële bondgenoten van het bewind in Moskou zijn geworden. Het hedendaagse “Europa met twee snelheden” waarin opnieuw een IJzeren Gordijn tussen oost en west lijkt te zijn neergedaald, is eerder een uitvloeisel van deze illiberale staten dan een resultaat van westerse “arrogantie”, zoals zij aanvoeren. Deze voormalige “socialistische” staten hebben de grijze zone, waarin de politiek en economisch gezien wankele staten Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië hun hoofd boven water proberen te houden, tot in het hart van Europa geduwd.

De Europese Unie heeft de afgelopen tien jaar met zo veel problemen gekampt dat het een wonder is dat ze nog bestaat. Van de grexit tot de brexit, van de immigratiecrisis tot de gruwelen van het islamitisch terrorisme, de Russische propaganda, de afscheidingsbewegingen, de opkomst van het neonazisme, de Brusselse bureaucratie, de mentaliteitsverschillen tussen west en oost, en ten slotte tot de verbijsterende uitspraak van Donald Trump dat Europa de “economische rivaal” van de Verenigde Staten is, met de onvermijdelijke gevolgen van deze onverwachte antipathie – dit alles leek er, bijna onvermijdelijk, op uit te draaien dat dit politieke samenwerkingsverband uit elkaar zou vallen. Het feit dat het dit decennium heeft overleefd, is al een triomf op zich, en deze triomf dient te worden geconsolideerd. De “grenzeloze” ruimte van de EU zou op een gegeven moment het model dienen te worden voor een wereld zonder grenzen, verenigd, zoals we die allemaal graag zouden zien. Behoudens alle sociaal-politieke, economische en ideologische variabelen heeft de verzwakking van het Europese project een psychologische grondslag: de inwoners van verenigd Europa hebben nog niet echt het gevoel dat ze EU-burgers zijn, zoals ze zich wel burgers van hun eigen land voelen. Een Europees bewustzijn om tegenwicht te bieden aan plaatselijk tribalisme heeft zich nog niet ontwikkeld, en zolang dat niet gebeurt, kan er geen voldoende overdracht van soevereiniteit plaatsvinden om werkelijk te kunnen spreken van een unie en niet slechts van een confederatie van staten met soms onderling strijdige wetten, idealen en belangen.