Der Tagesspiegel | Berlijn 

Mikail Akar wordt de kleuter-Picasso genoemd. Hij schildert niet eens meer voor familieverjaardagen, daarvoor is hij al te duur. Hoe een kleine jongen, met een verkoopgrage vader, uitgroeide tot een veelgevraagd kunstenaar.

De zevenjarige Mikail Akar voor een van zijn schilderijen in een galerie in Hamburg. – © Axel Heimken / Newscom

Als hij moet uitleggen hoe het allemaal begon, vertelt Kerem Akar altijd dat hij op een dag – zijn zoon Mikail was vier jaar oud – thuiskwam in de kleine woning in de Keulse wijk Nippes. Hij prees zijn vrouw Elvan om haar mooie schilderij en kon nauwelijks geloven dat het in werkelijkheid door zijn zoontje was gemaakt.

Maar Kerem Akar heeft nog nooit verteld wat er daarna gebeurde. Hoe hij als vader de afbeelding ervan eerst voor de familie, en later voor een bredere kring op Facebook postte en vrijwel meteen biedingen kreeg van wildvreemden. Eerst dacht hij dat het een grap was, tot hij na het derde bod begreep dat hij iets in handen had wat, afgezien van alle vaderlijke trots, een reële marktwaarde bezat.

Mikail Akar is nu zeven jaar oud en gaat voor het eerst naar school. Hij heeft in de afgelopen drie jaar carrière gemaakt als schilderend ‘wonderkind’, terwijl de prijzen voor zijn schilderijen een gemiddelde waarde bereikten van ergens tussen 6000 en 13.000 euro. Maar als zijn vader niet als een ware veldheer de verovering van de markt ter hand had genomen, hadden ze waarschijnlijk nog altijd in de met verfvlekken bezaaide kleine woning in Nippes gewoond, en niet in het rijtjeshuis in het welgestelde Pulheim.

Want wat heb je aan een wonder als niemand ervan hoort? Kerem Akar laat zich op deze novemberwoensdag in zijn woonkamer in een luie stoel vallen tegenover een groot, ingelijst doek dat zijn zoon heeft geschilderd. Zijn driejarige zusje scharrelt druk om haar moeder heen, die op de bank zit om haar rug te ontlasten; over enkele weken verwacht ze haar derde kind.

‘In drie jaar tijd is ons leven totaal op zijn kop gezet,’ zegt Akar. Hij gaf zijn baan op en is nu manager van zijn zoon. Hun vriendenkring is volkomen veranderd, ineens zitten er nu veel welgestelde mensen bij.

Hun leven is nu georganiseerd rond Mikail en zijn exposities. ‘Als je niet zou weten dat de kunstenaar zeven jaar oud is, zou je de schilderijen kunnen toeschrijven aan Richter, Pollock of Basquiat,’ zegt de vader stellig. Tot op heden was na elke tentoonstelling alles verkocht.

De vraag is niet of dat wat Mikail maakt echt kunst is, maar hoe het komt dat de wereld daarin meegaat.