Nikkei Asian Review | Tokio

Onthaald als de held die autofabrikant Nissan uit het slop kwam trekken, om uiteindelijk te worden uitgekotst als ijdeltuit en schurk. De arrestatie, detentie en spectaculaire vlucht van oud topman Carlos Ghosn roept vragen op over het Japanse rechtsstelsel.

Nissan-CEO Carlos Ghosn werd in november 2018 in Japan opgepakt en zat maandenlang vast op verdenking van fraude. In april 2019 kwam hij op borgtocht vrij en mocht de rechtszaak thuis afwachten op voorwaarde dat hij het land niet zou verlaten. Met een spectaculaire ontsnapping per privévliegtuig zette hij de Japanse autoriteiten voor schut. De zakenman weerlegt zelf alle beschuldigingen en beweert dat hij is tegengewerkt omdat hij in het Japanse fusiebedrijf Nissan-Renault de internationale normen op het gebied van bedrijfsvoering en investeringen probeerde door te voeren. Voor het internationale bedrijfsleven speelt vooral de vraag of de arrestatie van Ghosn betekent dat Japan zich daadwerkelijk afzet tegen deze normen.

En voor Japanners speelt de vraag of Japan door zijn ontsnapping is beroofd van een kans om erachter te komen wat er is misgegaan, en of het land zijn manier van zakendoen moet veranderen.

Wat zijn de ervaringen van andere buitenlandse CEO’s bij Japanse bedrijven tot nu toe geweest?

Dat varieert van goed tot slecht tot vervelend. Net als Ghosns eigen bonte verleden in Japan, waar hij werd onthaald als de held die een kwakkelende autofabrikant uit het slop kwam trekken, om uiteindelijk te worden uitgekotst als een ijdeltuit en een schurk. Eerst de goede ervaringen. De Franse Christophe Weber, sinds 2015 bestuursvoorzitter en CEO van Takeda Pharmaceutical, wist met de overname van de Ierse rivaal Shire zijn bedrijf vorig jaar op te stuwen naar de mon-diale top tien van farmaceutische bedrijven met de hoogste omzet.

Die aankoop van zo’n 60 miljard dollar, de grootste buitenlandse overname in de geschiedenis van Japan, had de steun van 90 procent van de aandeelhouders, al maken sommigen zich zorgen over de enorme schuldenlast die het bedrijf zich op de hals heeft gehaald. Volgens Weber wordt Takeda door die overname een speler op de wereldmarkt en kan het bedrijf zo de groeiende internationale concurrentie beter het hoofd bieden.

Dan de slechte. De Britse Michael Woodford werd als bestuursvoorzitter van Olympus, de producent van medische apparatuur, in 2011 ontslagen toen hij een langlopende fraude in het bedrijf aan de kaak had gesteld.

Financiële verliezen waren structureel gemaskeerd met dubieuze overnames, en pas nadat Woodford daarmee naar buiten was gekomen, stelde het bedrijf een onderzoek in naar wat uiteindelijk een boekhoudschandaal van 1,7 miljard dollar werd. Vervolgens probeerde een dochteronderneming Woodford voor de Britse rechter te slepen, terwijl de managers die de boeken hadden vervalst na een schuldbekentenis alleen voorwaardelijke straffen kregen.