Prospect | Londen

Oprichter van de caféketen Wetherspoon en fervente voorstander van een brexit, beloofde een verlaging van de bierprijs bij een no-deal. Hij gaat in zijn 875 pubs aantonen hoe bruisend de Britse handel buiten de EU kan zijn.

Op een donkere woensdag­middag zo tegen een uur of vijf, aan het einde van een Londense werkdag, komen er in hoog tempo steeds meer bezoekers Shakespeare’s Head binnen. Shakespeare’s Head is een van de 875 cafés van JD Wetherspoon in Engeland. Er staan drie gokapparaten, er ligt een enigszins verschoten rood tapijt versierd met krullen en varens, er zijn eiken zitjes met hoge ramen en overal klinkt vrolijk gelach. Elk tafeltje is bezet. In het midden van dat alles torent Tim Martin met zijn bijna twee meter en zijn zilvergrijze manen overal bovenuit. Gekleed in een poloshirt en jeans plaagt hij een enigszins zenuwachtige serveerster, die hij ervan moet overtuigen dat ze de o zo herkenbare oprichter en directeur van de keten zijn koffie in rekening moet brengen. ‘Zelfs geen personeelskorting?’ vraagt ze. ‘Nee,’ antwoordt hij, ‘zelfs geen personeelskorting.’

Wetherspoon is al enige tijd een vertrouwde aanwezigheid op de Britse A-locaties. Zowel vanwege de goedkope drank als vanwege Martin zelf, de belichaming van een typische pubbezoeker, een rebelse, strijdbare voorvechter van de brexit en een van de bekendste zakenlieden in Engeland. Op de een of andere manier is deze keten het laatste bastion geworden van de typische arbeidersgezelligheid in een tijd waarin cafés sluiten en wijken veryuppen, en tegelijkertijd een trekpleister voor studenten en hipsters. Het is overdreven om te stellen dat de keten voor elk wat wils biedt, maar het lijkt er wel op, het is in ieder geval een plek voor een breed scala van mensen die elkaar normaal gesproken niet tegenkomen.

Café-imperium

Een vaak gehoorde constatering is dat Engeland tegenwoordig wordt geteisterd door slopende, deprimerende cultuurbotsingen die het land verscheuren. Volgens de algemene opinie heeft de brexit het land, dat na tientallen jaren Thatcher, bezuinigingen en ongelijkheid al verdeeld was, verder opgesplitst: tussen de hopeloos nostalgische postindustriële steden en de pretentieuze, globalistische binnensteden; tussen klaproosdragende patriotten en statelozen. Die mensen lopen in principe niet over hetzelfde tapijt. Maar het publiek in een gemiddelde Wetherspoon vertelt een ander verhaal. Hoe heeft een caféketen dat voor elkaar gekregen?

Voor Tim Martin begon het allemaal in een heel ander soort café en in een ander land. Margaret Thatcher was net gekozen. Martin was 24. Als kind van een vader die vertegenwoordiger was bij Guinness, voelde hij zich op zijn gemak aan de tap.

Binnen 13 jaar kocht Martin 43 cafés, en in 1992 ging zijn bedrijf naar de beurs. Eind jaren negentig waren er 400 Wetherspoons. In 2001 500 en in 2002 600. In hetzelfde jaar begonnen ze ook met het serveren van ontbijt, zes dagen per week. Toen in 2007 het rookverbod van kracht werd, ging Martin daar niet tegenin, maar nam het voortouw. Zijn cafés doorstonden de storm beter dan de concurrenten. Tijdens de periode van 20 jaar waarin het aantal Britse cafés sterk daalde, bleef Wetherspoon groeien. Vorig jaar daalde de winst – wat Wetherspoon toeschrijft aan oplopende personeelskosten – maar de landelijke omzet steeg naar 1,8 miljard pond. Veertig jaar na de aankoop van het eerste café zijn er nu 875 Wetherspoons, 50 hotels en 42.000 mensen in dienst.