360 | Amsterdam

Kimberley Motley is een pro-deo-advocaat die in Afghanistan al jaren (en soms met gevaar voor eigen leven) het onmogelijke voor elkaar krijgt. De wet van Motley beschrijft haar beroemdste zaken en is tegelijkertijd een biografie van een buitengewone vrouw die vecht voor gerechtigheid in een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Een voorpublicatie.

Ik ben niet echt een mensenrechtenadvocaat, ik ben een strafrechtadvocaat. Ik heb heel veel respect voor mensenrechtenadvocaten en denk absoluut niet dat ik beter ben, maar er is een belangrijk verschil tussen hun werk en dat van mij.

In Afghanistan is men geneigd om allerlei soorten onrecht onder de noemer ‘mensenrechtenkwesties’ te laten vallen, maar ik vind het niet goed om daaraan vast te houden, want als je een zaak als een mensenrechtenzaak bestempelt kan die om die reden als minder belangrijk worden gezien en kan het gebeuren dat de cliënt minder mogelijkheden heeft. De mensenrechtenadvocaten die ik in Afghanistan ben tegengekomen, procederen niet en stappen niet naar de rechter. Ze focussen zich voornamelijk op verdragen en verklaringen die in de internationale mensenrechtenconventies zijn vastgelegd, schrijven rapporten en zijn vooral achter de schermen actief. Dus als zelfstandig advocaat die vaak procedeert, meestal in zaken waarbij mensenrechten een rol spelen, wil ik zeker in Afghanistan niet als ‘mensenrechtenadvocaat’ te boek staan.

Iedere vrouwelijke cliënt die ik in Afghanistan heb bijgestaan, heeft te maken gehad met kwesties die veel verder gingen dan mensenrechten. Een mensenrechtenbenadering vermijdt vaak de meest essentiële mechanismen van een strafrechtszaak. Daarom richt ik me juist op hoe dingen zich verhouden tot plaatselijke wetten. Dat is de meest effectieve manier om mijn cliënten te vertegenwoordigen en te beschermen. Ik probeer waar mogelijk uit de Koran te citeren, maak gebruik van islamitische wetten, haal plaatselijke Afghaanse wetten aan en pas als ik niet anders kan, zal ik terugvallen op internationale rechtsnormen uit verdragen en conventies. Als advocaat in Afghanistan bespreek ik mijn zaken niet met de media of met een panel van mensenrechtenexperts; ik bespreek ze met Afghaanse rechters en ik moet hen ervan zien te overtuigen dat mijn cliënt onschuldig is.

Het is voorgekomen dat mijn weerzin om op de mensenrechtentoer te gaan me in conflict bracht met ngo’s en ambassades in Kabul. Het label ‘mensenrechten’ kan ervoor zorgen dat een zaak belangrijker klinkt, en het kan zeker de aandacht van de media trekken, maar ik verdacht bepaalde ambitieuze individuen ervan dat ze dat etiket maar wat graag gebruikten omdat het goed stond op hun cv, zonder zich af te vragen of het wel goed was voor hun cliënt of diens zaak.

'Overspel met geweld'

Een goed voorbeeld daarvan speelde zich af in de herfst van 2011, toen me werd gevraagd of ik een Afghaans meisje van zestien wilde bijstaan. Gulnaz had twaalf jaar gevangenisstraf gekregen voor ‘overspel met geweld’. Ze had het vonnis in de gevangenis gehoord kort nadat ze was bevallen van haar dochter – het resultaat van het overspel.

Gulnaz was verkracht. Ze was op bezoek bij haar nicht toen de veertigjarige echtgenoot van haar nicht haar verkrachtte. Hij greep Gulnaz beet, gooide haar op de koude, smerige vloer van de woonkamer en verkrachtte haar, terwijl zijn zoontje van vier in de kamer was.

Weken later ging Gulnaz samen met haar moeder naar een dokter omdat ze zich ziek voelde; ze bleek last te hebben van zwangerschapsmisselijkheid. Tot overmaat van ramp trok de dokter zich niets aan van zijn beroepsgeheim en droeg haar over aan de politie. De politie sloot Gulnaz meteen op. Ze werd beschuldigd van ‘overspel met geweld’, wat werd beschouwd als een morele misdaad.

Voor westerlingen was het onvoorstelbaar wat Gulnaz moest doormaken. Het was het schrijnendste voorbeeld van hoe het met de onderdrukking van Afghaanse vrouwen was gesteld: een verkrachte tiener die door de dokter die haar had onderzocht was overgeleverd aan de politie, gearresteerd, vervolgens veroordeeld, en uiteindelijk werd opgesloten voor haar morele misdaad. In 2011 onthulde een VN-studie dat meer dan de helft van de vrouwen die in Afghanistan opgesloten zitten, veroordeeld is voor zogenoemde ‘morele misdaden’.