New Statesman  | Londen

Het in Londen gevestigde bedrijf Electro Signs, opgericht in de jaren vijftig, is uitgegroeid tot de marktleider in lichtreclame, met name door zijn bekendheid in de filmwereld. Het succesverhaal van een familiebedrijf.

Eind jaren veertig kreeg Richard Bracey, een mijnwerker uit het Welshe plaatsje Tredegar, genoeg van het kolen delven in de oude mijnen van Monmouthshire. Hij pakte zijn koffers en vertrok vanuit de Black Mountains in Zuid-Wales naar Londen.

Na een opleiding tot elektricien ontdekte de man die altijd in het donker had gewerkt zijn talent voor licht, en in 1952 begon hij zijn eigen neonreclamebedrijf: Electro Signs. Zijn werken verlichtten het zuidoosten van Engeland, van kermisattracties, pretparken en festiviteiten in badplaatsen als Southend, Hastings en Bognor Regis tot amusementshal The Golden Horseshoe op het Isle of Sheppey in Kent en stripclubs in het Londense Soho. Aan de gevel van Bar Italia, het historische café in de Londense Frith Street, prijkt nog steeds een rood met groen neonbord met een klok in het midden – een originele Dick Bracey.

Bijna zeventig jaar later drijft diens kleinzoon Matthew Bracey de zaak, inmiddels een miljoenenbedrijf, samen met zijn moeder en zijn oudere broer. Het is de grootste neonreclamefabrikant van Europa en huisvest bovendien waarschijnlijk de grootste collectie lichtreclames ter wereld (eind dit jaar vindt er een Guinness World Records-telling plaats).

Met vijf werkplaatsen, vijf pakhuizen en veertig personeelsleden verspreid over de regio Londen domineert het bedrijf de neonverlichtingsindustrie; het exporteert op maat gemaakte neonlichten naar Parijs, New York, Dubai, Miami, Los Angeles, Australië en China.

God’s Own Junkyard, het neonmuseum van de familie Bracey, in Walthamstow in het noordoosten van Londen  © PA Media John Stillwell / HH