La Repubblica  | Rome

In en rond kamp Moria, op het Griekse Lesbos, wonen zo’n twintigduizend asielzoekers onder erbarmelijke omstandigheden. Het leven is er voor veel mensen uitzichtloos. ‘We hebben het over kwetsbare personen die al getraumatiseerd zijn als ze hier aankomen.’

Op het zinkende eiland zijn het de kinderen die als eersten verdrinken. Er is niets voor ze, niet eens een bed, wc of lamp; er is alleen modder, kou, wachten en een vochtig, ongerijmd vagevuur waarin je langzaam gek wordt. En zo rest de kwetsbaarsten, naarmate Europa en zijn beloften dag na dag verder achter de horizon verdwijnen, niets anders dan te proberen zelfmoord te plegen.

Als ze een scheermesje of mes vinden, snijden ze hun polsen door, of ze springen van een verhoging, van een muurtje, uit een olijfboom. Tieners proberen zichzelf op te hangen, kleine kinderen proberen hun hoofd tegen de rotsen te slaan, maar omdat ze bang zijn, lukt het hun zelden hun poging door te zetten. Af en toe klopt er een volwassene aan bij de kliniek van Artsen zonder Grenzen, onderaan de heuvel, met in zijn armen een kind met veelzeggende sporen. Iedereen weet dan wat het zojuist heeft gedaan. En ook dat het over een paar maanden een nieuwe poging zal wagen.

Het zinkende eiland is Lesbos en het vagevuur is vluchtelingenkamp Moria, dat Erdogan dreigt als een bom te laten ontploffen boven Europa, door het te laten volstromen met Syriërs die de bommen van Idlib ontvluchten. Sinds enkele maanden wordt deze plek ‘de jungle’ genoemd. En het doet er niet toe dat de vegetatie er allesbehalve tropisch is: er staan olijfbomen zover het oog reikt. De verwijzing betreft namelijk niet zozeer de vegetatie, als wel de wirwar aan elektriciteitskabels, prikkeldraad en tenten waaronder een oppervlak van een paar heuvels en een uitgeputte, apathische gemeenschap van twintigduizend zielen schuilgaan.

Overbezet

Aanvankelijk, in 2015, was Moria een vluchtelingenkamp zoals vele andere: het was gebouwd op een voormalige militaire basis, beschermd door prikkeldraad, passend uitgerust door de UNHCR en de Griekse regering, en bood plaats aan maximaal 2300 mensen. Maar door de voortdurende beperkende maatregelen en het gekmakende politieke spel van de driehoek Brussel-Athene-Ankara nam de toestroom van migranten buitensporig toe en stagneerde hun herverdeling over het continent.

De bevolking van het kamp is dus als het ware geëxplodeerd en deels buiten de hekken, aan de andere kant van het prikkeldraad terechtgekomen. Vluchtelingen bezetten nu de hele heuvel, hectares en hectares, en onttrekken zich niet alleen aan het toezicht van de Griekse regering, die amper meer aanwezig lijkt te zijn, maar ook aan die van ngo’s, die juist zeer aanwezig zijn.