The Times of Israel  |Jeruzalem

Terwijl het aantal besmettingen onder gelovige joden onophoudelijk stijgt, neemt een minderheid geen maatregelen tegen het virus. Ultraorthodoxe gemeenschappen zijn er lang van overtuigd geweest dat hun veiligheid gegarandeerd was zolang ze zich maar afsloten van de rest van de wereld en de Thora bleven bestuderen.

Televisiejournalen, kranten en tijdschriften besteden veel aandacht aan het verloop van de covid-19-epidemie in de ultraorthodoxe steden van Israël. Vooral Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv waar een groot aantal ultraorthodoxe joden woont, maakt de tongen los: terwijl een groot deel van de bevolking er de ernst van de situatie inziet, blijft een koppige minderheid niet alleen haar buren in gevaar brengen, maar het hele land.

Op de voorpagina van het dagblad Yediot Aharonot staat in chocoladeletters ‘Stad in lockdown’, met daarbij een foto van een inwoner die zijn mond openspert om zich op corona te laten testen door een medewerker van Magen David Adom, de Israëlische tak van het Rode Kruis.

De orthodox-joodse gemeenschappen lijken de regels stukje bij beetje te accepteren, maar uit een televisiereportage van het Israëlische Kanaal 12 over bezoeken van de politie aan jesjiva’s [Talmoedscholen], mikwes [joodse badhuizen] en synagogen in Bnei Brak, blijkt dat de mannen, die zich verstoppen onder gebedssjaals, de pandemie nauwelijks serieus nemen.

Volgens de publieke omroep Kan waren de Israëlische ministers in meerderheid voor een lockdown van Bnei Brak, maar heeft de Nationale Veiligheidsraad zich daartegen verzet: het argument was dat zo’n omvangrijke operatie niet alleen moeilijk uitvoerbaar was, maar ook de relatie zou kunnen verstoren tussen de politie en een bevolkingsgroep waarvan sommige extremistische leden de agenten al voor ‘nazi’s’ en ‘sjikses’ [niet-Joden] hadden uitgemaakt.

‘Vreselijke ontdekking,’ staat er op een van die affiches, ‘coronaepidemie = zedeloosheid’