CNN | Atlanta

Door de coronamaatregelen in veel Afrikaanse landen komt de brede kloof tussen arm en rijk nog scherper naar voren. Informele werkers staan voor grimmige keuzes wanneer Lagos, de grootste stad van Afrika, op slot gaat.

Lagos, Nigeria. Veel Afrikaanse landen onderwerpen hun inwoners aan een lockdown in hun race om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen. Maar hierdoor komt ook de brede kloof tussen rijk en arm scherper naar voren, omdat lockdowns en het houden van sociale afstand een voorrecht blijken te zijn dat miljoenen Afrikanen zich simpelweg niet kunnen veroorloven.

Op maandagavond 30 maart stelde Nigeria als laatste land op het Afrikaanse continent een veertiendaagse lockdown in, waarvoor president Muhammadu Buhari een wet uit het koloniale verleden van het land van stal haalde. Maar miljoenen Nigerianen, zoals voedselverkopers, kappers, schoonmakers en anderen die deel uitmaken van de informele arbeidsmarkt, zeggen dat ze voor grimmige keuzes worden gesteld.

Op instorten

Cecilia Achonwa runt een wegrestaurant in Yaba, een voorstad van Lagos, waar betaalbare lunchpakketten aan studenten en plaatselijke bedrijven worden verkocht. Vóór het coronavirus stond er altijd een lange rij klanten voor haar zaak. Nu zijn ze allemaal weg en staat haar bedrijf op instorten, zegt ze. De 53-jarige vrouw zegt verantwoordelijk te zijn voor het levensonderhoud van vijf koks die afkomstig zijn uit het naburige Togo. ‘Ze moeten nu rondkomen van een klein beetje geld en de voedselvoorraden die ik voor deze maand voor het restaurant had ingeslagen. Als die op zijn, hebben we niets meer.’

In de aanloop naar de lockdown wemelde het in Lagos, een overvolle metropool met zo’n twintig miljoen inwoners, van de mensen die in allerijl boodschappen deden voordat de stad om elf uur ’s avonds op slot zou gaan vanwege het coronavirus. In het gedrang op de Mushin-markt werd het bevel om afstand te houden met voeten getreden. Maar velen konden het zich nauwelijks permitteren om genoeg in te slaan omdat de prijzen waren gestegen. ‘Mensen schreeuwden en huilden en gingen vaak naar huis zonder iets te hebben gekocht. Het is allemaal te duur geworden,’ zegt Felicia Emmanuel, die een kraam op de Obalende-markt heeft. ‘Voor veel marktkooplui is het een ramp, zij eten van hun dagelijkse winst.

Omdat ze nu dicht moeten vraag ik me af wat er van hen zal worden. Sommigen zullen doodgaan van de honger. We bidden dat de regering er iets aan doet. We smeken hen om ons te helpen.’ Een andere inwoner, Abiodun Gaji, vertelt: ‘Er zijn geen voorzieningen, geen faciliteiten die het ons mogelijk maken om te koken. Dus de mensen kopen in paniek goederen en voedsel… Het is krankzinnig. De mensen hebben honger, sommige mensen, miljoenen mensen zijn aangewezen op wat ze dagelijks verkopen. Als ze niks verkopen hebben ze niks te eten.’

Een voedselverkoopster in Aboedja, de hoofdstad van Nigeria, die anoniem wil blijven, vertelt: ‘Ik kan het me niet veroorloven om thuis te blijven en mijn kinderen geen eten te geven. Ik weet dat het riskant is om hier te zijn, maar als ik niet op zoek ga naar eten voor mijn familie gaan we sneller dood van de honger dan door het virus.’ Een ander probleem waarmee de inwoners van Lagos en die van het hele land kampen is de slechte energievoorziening in Nigeria, waardoor de stroom regelmatig uitvalt. Amaka, die bij een bank werkt, zegt dat ze niet te veel wil kopen omdat ze anders dingen moet weggooien. ‘Er is geen stroom en je kunt niets bewaren. We hebben geen stabiel elektriciteitsnet in Nigeria. We hopen dat er zo snel mogelijk een eind aan deze situatie komt. We kopen allemaal uit angst omdat je niet elke dag naar de markt kunt. We hopen dat het snel voorbij is.’