The New Federalist | Brussel

Sinds begin dit jaar is Roemenië voorzitter van de Raad van de EU. De jonge Roemeense journalist Radu Dimitrescu legt uit waarom dit een heel slecht plan was.

Op 1 januari 2019 nam mijn land het roterend voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie over, voor het eerst sinds de toetreding in 2007. Al meer dan een jaar lang roepen zowel de oppositie als de regeringspartijen op om tijdens dit voorzitterschap de rangen te sluiten en zo ‘het nationaal belang en de agenda’ van Roemenië te bevorderen.

Deze herhaaldelijke oproep tot eenheid gebruikte de coalitieregering van de PSD en de ALDE om elke kritiek op het beleid in de kiem te smoren. En tegelijk werden wetten die de praktijk van de rechtspraak regelen ingrijpend veranderd, wat de minister van Justitie de controle gaf over in naam onafhankelijke openbaar aanklagers. Door deze veranderingen zal de president van de Sociaaldemocratische Partij van Roemenië, de tot tweemaal toe veroordeelde Liviu Dragnea (nog steeds de parlementsvoorzitter), mogelijk zijn straf ontlopen.

Twee jaar geleden begonnen de eerste protesten tegen deze maatregelen. De verontwaardiging betrof vooral ‘noodmaatregel 13’, die ambtelijke corruptie vrijwel geheel onbestraft laat zo lang het fraudebedrag lager ligt dan 42.000 euro. De protesten waren de grootste sinds de revolutie van 1989. Menigten zwaaiden met Europese vlaggen en riepen de hulp aan van ‘moedertje Merkel’. Op 10 augustus 2018 sloeg de politie een demonstratie met gebruik van traangas gewelddadig neer. 500 mensen belandden in het ziekenhuis. Dit optreden stuitte op kritiek van de Europese Commissie, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en andere buitenlandse partners.

Stuurloosheid en incompetentie

Nu het einde van het Roemeense voorzitterschap nadert, wordt duidelijk dat het land niet in staat is om het voorzitterschap van de Europese Raad naar behoren te vervullen. Toen president Dragnea, die wel vaker lijnrecht tegenover de regering staat, dit opmerkte, veroorzaakte hij paniek in meerdere Europese hoofdsteden.

Stuurloosheid en incompetentie regeren, want onze Ene Partij ziet professionaliteit en expertise als iets verwerpelijks. De minister van Europese Zaken, zonder twijfel een van de bekwaamste leden van een verder beschamend amateuristisch kabinet van populisten en zwendelaars, heeft ontslag genomen of werd daartoe gedwongen. Het was maar een van de vele schandalen in de achterkamertjes van de PSD – de partij die ook twee premiers afzette omdat zij weigerden Dragnea te gehoorzamen.

Roemenië is een buitenbeentje in Europa omdat het geen eurosceptische partij van belang heeft, noch op de linker- noch op de rechterflank. Sowieso bestaan extreemlinks en extreemrechts nauwelijks in ons land. Deels komt dat doordat de regerende sociaaldemocraten de kiezers die gevoelig zijn voor nationalistische, xenofobe of anti-Europese geluiden hebben ingepakt met hun min of meer openlijk economisch en nationalistisch populisme. Dit laat extremistische partijen weinig ruimte. Tot dusverre lukte het de PSD om oudere, laagopgeleide kiezers op het platteland binnenboord te houden, maar de recente onmin met Brussel zal de pragmatische sociaaldemocratische leiders er mogelijk toe aanzetten om euroscepsis en nationalisme prominenter op de agenda te zetten. Parlementsleden op links reppen al over een ‘Roemeense beschaving’, die superieur zou zijn aan die van West-Europa.