The Guardian | Londen

Viktor Orbán steekt zijn liefde voor voetbal niet onder stoelen of banken. Terwijl bijna de helft van het land onder de armoedegrens leeft, pompt hij miljoenen in de bouw van kolossale stadia. En hij is nog lang niet klaar. ‘We hebben nu een club, maar we willen ook graag een museum, een kenniscentrum en een uitgeverij. Voor de mensen.’

Felcsút lijkt een slaperig Hongaars dorpje als alle andere, met één hoofdstraat en een paar winkeltjes. Tot je het voetbalstadion ziet, dat hoog uittorent boven alle huizen in dit dorp met 1800 inwoners, veertig kilometer ten westen van Boedapest. De in 2014 voltooide Pancho Arena moet wel een van de markantste voetbaltempels ter wereld zijn: meer kathedraal dan stadion, met dat glooiende dak, die koperen torentjes en de gewelfde houten stijlen langs de tribunes om het veld.

Het stadion draagt de bijnaam die de supporters van Real Madrid in de jaren vijftig gebruikten voor de grootste Hongaarse speler aller tijden, de spits Ferenc Puskás. Het is ook de thuisbasis van de eveneens naar hem vernoemde club Puskás Akadémia FC, opgericht in 2007 en onlangs naar de eerste divisie gepromoveerd. Het biedt plaats aan meer dan 3800 toeschouwers: meer dan tweemaal zoveel als er mensen in het dorp wonen. Maar net zoals Puskás geen band had met Felcsút – hij heeft er nooit een voet gezet en begon zijn voetbalcarrière in Boedapest – zo is dit stadion ook niet echt voor de dorpelingen bedoeld.

Dat wordt nog duidelijker als je bij het complex de parkeerplaatsen ziet die gereserveerd zijn voor een hele trits Hongaarse oligarchen: mannen met een vette bankrekening en hechte banden met de regering. Zo is er een plekje voor de bankier Sándor Csányi, de rijkste man van het land en voorzitter van de Hongaarse voetbalbond. Voor István Garancsi, eigenaar van de naburige club Videoton FC. Voor de evenals Garancsi in de bouw rijk geworden oligarch László Szíjj. Twee plaatsen voor Lőrinc Mészáros, burgemeester van Felcsút en voorzitter van Puskás FC, die sinds het aantreden van jeugdvriend Viktor Orbán als premier in 2010 met stip is binnengekomen op het lijstje van de rijkste Hongaren. En er is natuurlijk een plekje voor Orbán zelf, die een deel van zijn jeugd in Felcsút heeft gewoond en er gedurende zijn eerste termijn als premier (van 1998 tot 2002) enige tijd als semiprof in de vierde divisie heeft gevoetbald.

Grote liefde

Toen wij het stadion afgelopen voorjaar op een bewolkte zaterdagmiddag bezochten, werd in het dorp gezegd dat Orbán die dag de wedstrijd zou bijwonen. Als hij niet in het buitenland zit, brengt hij het weekend vaak door in zijn datsja in Felcsút. Sinds hij in 2010 een kolossale verkiezingsoverwinning boekte met zijn populistische partij, heeft Orbán meer macht naar zich toe getrokken dan enige andere Europese leider. Hij heeft de grondwet herschreven, het constitutioneel hof volgestopt met bondgenoten en een oude politieke vriend tot hoofd van het OM benoemd. Duizenden voorheen onafhankelijke instanties staan nu onder leiding van Orbán-getrouwen, zoals de nationale bank, de kiesraden en tal van culturele instellingen en sportbonden.

Orbán heeft er geen moeite mee om zoveel mogelijk geld naar zijn grote liefde te sluizen: voetbal. Maar het is niet makkelijk om hem vragen te stellen over alle nieuwe stadions die in Hongarije verrijzen. Behalve op de staatsradio, waar goedgezinde journalisten hem naar de mond praten, staat hij de pers zelden te woord.

De beste manier om met Orbán in contact te komen, zowel voor Hongaarse oligarchen als voor buitenlandse journalisten, is via een bezoek aan de Pancho Arena. Vandaar dat het parkeerterrein op wedstrijddagen vol staat met dure auto’s van mannen die graag aanschurken tegen de macht. ‘Ook al heb je de pest aan voetbal, die wedstrijden moet je bijwonen,’ zegt Gyula Mucsi van de anti-corruptiewaakhond Transparency International. ‘Dat is de enige plek waar de elite zich buiten haar eigen kleine kringetje wil begeven. Grote bouw- en infrastructuurprojecten en andere plannen waarmee veel geld gemoeid is, worden in feite in de skybox afgekaart.’