Der Spiegel | Hamburg

Een moeder en haar zoontje van zes vluchten voor armoede en geweld in Honduras naar Texas. Daar worden ze wreed van elkaar gescheiden. Als ze elkaar na 56 dagen terugzien, is het geluk dat ze zochten veranderd in een nachtmerrie.

Het is een uur ’s nachts als Levis Osorio Andino uit een droomloze slaap wakker schrikt. Er staat een bewaakster aan haar stapelbed in de Port Isabel-gevangenis, die haar bij de arm beetpakt. ‘Opstaan 494!’ roept ze, ‘het is zover.’

Slaapdronken zoekt Levis haar tas en loopt wankelend door de neonverlichte gangen. 56 dagen heeft ze Samir, haar zoontje van zes dat aan haar hangt als geen van haar andere kinderen, niet gezien. Begin juni waren ze na een vlucht die weken had geduurd, de Rio Grande overgestoken. Daarna hadden Texaanse grenswachters het kind uit haar armen getrokken. Amerika maakte in die dagen serieus werk van de nieuwe zerotolerancepolitiek, die erop gericht was illegaal geïmmigreerde gezinnen uit elkaar te halen. Nu moeten ze de puinhoop die daardoor is ontstaan opruimen.

Het laatste wat Levis van Samir heeft gehoord is dat hij niet meer weg wilde uit het tehuis in Phoenix, waar ze hem heen hadden gevlogen.

‘Surprise,’ zegt de bewaakster terwijl ze Levis een ruimte zonder ramen binnen duwt, ‘Samir is nog even naar de wc.’ Levis gaat op een stoel zitten. Opeens staat hij in de deuropening, aan de hand van een sociaal werkster, zijn haar opgeschoren en met een strak fietsenrekglimlachje.

‘Samir, lieveling,’ stamelt Levis, ‘hoe is het met je?’

‘Ik weet niet wie jij bent.’

Levis doet een stap in Samirs richting, hij wijkt achteruit. Ze probeert het nog eens, maar hij schopt naar haar.

‘Samir!’ zegt ze. ‘ik hou zoveel van je.’

‘Jij bent mijn moeder niet.’

‘Ik ben van staal’

Levis herhaalt de scène als ze een paar uur na hun weerzien oververmoeid achter een bord rijst zit. Levis, 26 jaar geleden in de Hondurese stad El Porvenir geboren, is een aantrekkelijke, mollige vrouw met amandelvormige ogen. Ze probeert woorden te vinden voor de nachtmerrie die ze meemaakt en vecht tegen haar tranen. Samir zit naast haar verdiept in de fantasiewereld van een spelletje op zijn mobiel.

Als je vraagt hoe het met hem is, kijkt hij even op en zegt: ‘Ik ben van staal.’

De zon weerspiegelt op de tafels van de cafetaria in de basiliekherberg, die door de katholieke kerk in Rio Grande Valley gedreven wordt. Een gevangenisbus heeft Levis en Samir vannacht hier afgezet, aan de zuidrand van de VS, niet ver van de plaats waar twee maanden geleden hun vlot aanlegde. Nu zijn ze vrij, maar ze weten niet waar ze naar toe moeten. In oktober begint haar asielprocedure, zegt Levis, tot dan toe worden ze in elk geval niet uitgewezen.

De herberg, waar gewoonlijk groepen pelgrims overnachten, is tegenwoordig een doorgangsstation voor veel van de ongeveer 3000 gezinnen die Amerika sinds juni beetje bij beetje weer bij elkaar brengt. Het is een plaats van medemenselijkheid in een land dat zijn kompas is kwijtgeraakt.

In de lobby delen nonnen ingezamelde kledingstukken uit. Ze helpen bij het zoeken naar familieleden en zorgen voor bustickets. Ze zorgen er ook voor dat Levis voor het eerst in weken haar advocaat weer kan spreken, die telefonisch heeft beloofd een onderkomen te vinden waar de wonden kunnen helen die zijn land haar heeft bezorgd.

Lange tijd was de VS een staat waar de grenzen opener waren dan waar ook ter wereld. ‘Give me your tired, your poor, your huddled masses yearning to breathe free’ staat op de sokkel van het Vrijheidsbeeld. Het leek een onwrikbaar fundament nadat de Republiek der Verenigde Staten in 1776 door afstammelingen van Europese immigranten was gesticht.

De 45e president is nu van zins een sloopkogel op die sokkel los te laten. In de ogen van de voormalige aannemer Donald Trump zijn mensen als Levis, die vluchten voor het geweld en de armoede in Midden-Amerika, in de eerste plaats criminelen. Drugdealers, noemt hij hen, verkrachters of ‘bad hombres’. Trump vindt dat het er te veel zijn, en hij beloofde zijn kiezers een grensmuur te bouwen om ze tegen te houden.

De zerotolerancepolitiek die Trumps minister van Justitie Jeff Sessions in april 2018 afkondigde, was zoiets als een eerste, onzichtbare muur, een afschrikkingsmaatregel die minder kost dan een bouwwerk van beton. Sinds half mei zijn duizenden ouders gearresteerd, hun kinderen werden over het hele land verspreid. Sommige kwamen in tehuizen terecht, andere bij pleegouders of zelfs in leegstaande Walmart-supermarkten.

Maar Trump had een taboe aangeraakt.

Veel mensen vonden dat Trump mensen, die juist het meest bescherming nodig hadden, als gijzelaars gebruikte om het Congres geld voor zijn muur af te persen. Maar getraumatiseerde kinderen bleken het in de publiciteit een stuk minder goed te doen dan invoerrechten op aluminium.

Terwijl Levis vanuit haar cel vergeefs naar Samir zocht, sloten zich daarbuiten steeds meer Republikeinen aan bij het koor van tegenstanders. Op 20 juni deed Trump iets ongebruikelijks. Hij corrigeerde, met grote tegenzin, zijn fout. ‘Hier zullen veel mensen gelukkig van worden,’ zei hij met een uitgestreken gezicht toen hij het decreet waarmee de politiek van gezinsscheidingen werd beëindigd had ondertekend.