Claire Meynial

De covid-19-pandemie heeft internationale luchtverkeersknooppunten in spooksteden veranderd. Een redacteur van het Franse weekblad Le Point strandde op de thuishaven van ‘onze blauwe trots’ en beleefde een absurde nacht.

De coronapandemie heeft één voordeel, waarvan het nut overigens nog zal moeten blijken: ik heb inmiddels de indruk dat ik Nederlands versta. De met regelmatige tussenpozen galmende omroepstem weerkaatst tegen de raampartijen die uitzicht bieden op een lege taxibaan, glijdt over de verlaten tegels, wordt verzwolgen door de loopbanden, stort zich van de roerloze roltrappen. En ze blijft, wat geen sinecure is in het Nederlands, zoetgevooisd en begrijpelijk. Want ze spreekt ‘covid-19’ uit op zijn Engels en je kunt er gevoeglijk van uitgaan dat wat volgt sinds half maart ongeveer 1.234.567 keer heeft geklonken. Soms raadt ze je aan om je ‘minstens een halfuur van tevoren naar de gate te begeven’. Het scherm met vertrektijden is leeg. Erboven staat ‘Flight Departures/Vertrekken’, met daaronder een blauw vlak met witte strepen. We zijn op Schiphol, een luchthaven met ‘52.000 overstapverbindingen en meer dan 300 bestemmingen’, aldus de website. Maar in mei 2020, met maar 10 procent van het normale luchtverkeer, is het er verlaten als een woestijn.

Hoogrisicoland

Want een ander gevolg van corona zal zijn dat we om zeep helpen wat we Europa noemden, wij die de Erasmus-uitwisseling hebben gekend, en de Interrail-pas, en het verdwijnen van dikke pakken Italiaanse lires. Er is geen directe vlucht meer van Parijs naar Kopenhagen, waar ik een reportage ga maken. Ik heb een tussenstop in Amsterdam. Maar de vliegtuigen die op de taxibanen staan, zijn net coronapatiënten die wachten op een plekje op de ic: geduldig en met een verdomd goede reden.

Mijn vluchten sluiten niet aan, ik moet op Schiphol overnachten. Even voor de goede orde: ik ben Française. Nog maar enkele weken geleden stond mijn paspoort in de top tien van reisdocumenten waarvoor de meeste deuren opengingen. Toegegeven, we waren niet de Verenigde Arabische Emiraten, die helaas nummer 1 stonden op de Passport Index 2020, of Japan, nummer 1 op de index van Henley & Partners. Maar we behoorden wel tot de groep die zonder visum 127 landen binnenkwam, er in 42 bij aankomst een ontving en er in slechts 29 van tevoren een hoefde aan te vragen.

Wat me brengt op twee overpeinzingen: het lot heeft gewild dat ik me tot op heden juist op die 29 landen concentreer. En ook dat we nu net Zweden zijn. Wie hield er niet van de Zweden voordat we op hen begonnen te schelden en stiekem jaloers op hen waren? Maar dat was vroeger. Momenteel zijn wij Fransen niet méér bevoorrecht dan Afghanen, die voor slechts vijf landen geen visum nodig hadden. Wij, met onze machtige paspoorten, weten inmiddels dat we gewone stervelingen zijn. Europeanen komen Nederland niet meer binnen zonder eerst twee weken in quarantaine te gaan, uitgezonderd inwoners van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Lichtenstein. Dat laatste land moest ik even googelen.

Toen ik het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken belde, gaf men me te verstaan: ‘Frankrijk is een hoogrisicoland.’ Adieu fietstochtje langs de grachten. Hooguit kan ik de nacht doorbrengen in de internationale zone van de luchthaven. Dat wij buitenlanders elkaar onderling besmetten is kennelijk geen probleem. De procedure houdt in dat je je reservering moet tonen voor het enige hotel dat nog open is en je instapkaart voor de vlucht van de volgende dag: deze Franse pestlijdster zal niet in Nederland blijven, wees maar niet bang.