The New York Times  | New York

Twee jaar na de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) was er weinig te merken van de handhaving van de veelbelovende Europese privacywetgeving die een einde zou maken aan het massale dataverzamelen van internetreuzen als Google en Facebook.

Toen Europa bijna twee jaar geleden de strengste wetgeving over online privacy ter wereld invoerde, werd dat toegejuicht als een voorbeeld van hoe je de opdringerige datahonger van de grote technologiebedrijven moet aanpakken. Maar de nieuwe regelgeving maakt haar belofte nog niet echt waar. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt grenzen aan de mate waarin bedrijven de persoonsgegevens van gebruikers mogen verzamelen en delen zonder hun toestemming.

Dankzij de AVG kunnen overheden een bedrijf dwingen zijn privacybeleid te veranderen en kunnen ze boetes opleggen tot 4 procent van de omzet. De wet diende als model voor nieuwe regelgeving in landen als Brazilië, Japan en India. Maar sinds de verordening in mei 2018 van kracht werd, is er nog maar één internetreus bestraft: Google, dat een boete kreeg van 50 miljoen euro, ofwel zo’n 10 procent van zijn dagelijkse omzet. Tegen Facebook, Amazon en Twitter zijn nog geen grote boetes of strafmaatregelen aangekondigd.

Dat povere resultaat leidt tot spanningen tussen Europese landen, waarvan sommige aandringen op meer daadkracht en drastischer verandering. Privacy-activisten en kleinere internetbedrijven klagen dat giganten als Facebook en Google de dans ontspringen. En wat internetgebruikers tot nu toe vooral van de nieuwe regelgeving merken, is dat ze op websites irritant veel pop-ups moeten wegklikken om toestemming voor cookies te geven.

Volgens Johnny Ryan, een vooraanstaand pleitbezorger van betere privacywetgeving, ondermijnen de uitvoeringsproblemen bij de Europese wetgeving het streven naar strengere regelgeving elders in de wereld. ‘Zonder stevige handhaving en investeringen blijft deze wet een luchtkasteel,’ zegt Ryan, een van de directeuren van Brave, een browser die gebruikers extra bescherming biedt tegen dataverzamelaars en adverteerders. ‘Het potentieel van de AVG wordt nog niet benut.’

Kinderziektes

Voorstanders van de AVG erkennen wel dat de uitvoering met kinderziektes kampt en de onderzoeken langer duren omdat er nieuwe procedures worden opgezet. Maar volgens hen is het te vroeg om nu al verregaande conclusies te trekken. De verordening heeft het bewustzijn over de privacyproblematiek verhoogd en veel bedrijven, waaronder Facebook en Google, tot stappen gedwongen om aan de nieuwe regels te voldoen.

Californië heeft een vergelijkbare privacywet aangenomen. Vooral in de komende maanden zal de AVG zich moeten bewijzen, menen voorstanders: dan wordt een hele reeks uitspraken rond grote internetbedrijven verwacht. Eerst zal naar verwachting Twitter een boete krijgen opgelegd vanwege datalekken in Ierland. Facebook-dochter WhatsApp staat mogelijk een straf te wachten voor het delen van data met andere Facebook-diensten.

‘De AVG is een langetermijnproject,’ zegt Eduardo Ustaran, hoofd van de praktijkgroep privacyrecht bij Hogan Lovells, een internationaal advocatenkantoor in Londen dat veel grote bedrijven bijstaat. ‘Wat er de afgelopen jaren is gebeurd, zegt nog bijna niets over het mogelijke succes van dit project.’ Facebook heeft in een verklaring laten weten dat het de principes van de Europese AVG onderschrijft en zich op grond daarvan al aangespoord heeft gevoeld tot de invoering van een ‘duidelijker beleid, beter vindbare privacy-instellingen en betere instrumenten om de eigen persoonsgegevens te kunnen inzien, downloaden en verwijderen’.

Voor zover er al straffen aan bedrijven zijn opgelegd, duurde het volgens critici te lang voordat die uitspraak er lag, zodat instanties achter de feiten aan dreigen te hollen. Door de beroepsmogelijkheden kunnen de verschillende procedures nog jarenlang aanslepen. En omdat de financiële middelen van de autoriteiten beperkt zijn, zijn zij volgens critici geneigd heel behoedzaam te opereren en al te complexe zaken links te laten liggen.