The Globe and Mail  | Toronto

In tegenstelling tot onze ouders verrast deze crisis ons niet, schrijft deze twintigjarige: we zijn opgegroeid in een onzekere, apocalyptische wereld, achtervolgd door de klimaatcrisis, de opkomst van terrorisme en populisme.

Ik zat vandaag op de veranda te praten met een vriendin die op twee meter afstand zat. Toen ze wegging, ontsmette ik de plastic stoel waar ze op had gezeten en waste ik verwoed mijn handen hoewel ik haar niet had aangeraakt.

Ik had overwogen haar een van de Alison Roman-koekjes aan te bieden die ik de avond ervoor had gebakken, maar zag daar toch maar van af. Te riskant. Ik heb in geen weken in levenden lijve met een vriendin zitten praten. Het was een verademing.

Ons gesprek ging vooral over het virus, hoe onze families en vrienden ermee omgingen en onze gissingen naar hoe de toekomst eruit zou zien. Allemaal onderwerpen waar ik juist niet aan had willen denken, maar het voelde goed om dingen uit te spreken en te proberen ze een plaats te geven. Het voelde vooral goed om met iemand van mijn eigen leeftijd te praten.

Om er met mijn ouders en (virtueel) met hun vrienden over te praten is waardevol maar vreemd. Ik merk telkens dat ik zo mijn vraagtekens zet bij hun perceptie van de wereld. Ze blijven maar dingen zeggen als: ‘Echt onvoorstelbaar, dit.’ Of: ‘Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.’ En: ‘Het voelt allemaal zo surrealistisch.’ Ik heb geen idee waarom mijn ouders zo verbaasd zijn. Wisten ze dan niet dat de wereld continu verandert, dat het leven zoals wij het kennen in een oogwenk kan veranderen? Wisten ze niet dat de dood ons om de hoek ligt op te wachten?

WTC

Maar terwijl ik daar zo met mijn vriendin op de veranda zat, drong een belangrijk verschil tussen onze generatie en die van mijn ouders tot me door. Wij zijn opgegroeid in een wereld vol catastrofes. Ik was twee toen terroristen met vliegtuigen in het World Trade Centre in New York vlogen.

Mijn oom woonde niet ver bij het WTC vandaan en mijn ouders hadden hem aan de telefoon toen het tweede vliegtuig zich in de wolkenkrabber boorde. Hij keek uit zijn raam, dat een perfect uitzicht op de Twin Towers bood, terwijl het vliegtuig het gebouw raakte en explodeerde. Tot dat moment waren ze ervan uitgegaan dat het eerste vliegtuig een ongeluk was geweest. Die dag leerde ik de woorden ‘Oh my God!’ Mijn ouders vertelden me later dat ik de dagen erna alsmaar ‘Oh my God’ uitkraamde – zoals iedereen in de wereld.

Deze gebeurtenis was een van de schokkendste dingen die mijn ouders ooit hadden meegemaakt. Met 2.996 doden was het de eerste grote terreurdaad die tijdens hun leven in Noord-Amerika had plaatsgevonden. In dat van mij trouwens ook.