The New York Times | New York

Wereldwijd gaan mensen de straat op tegen politiegeweld naar aanleiding van de brute moord op George Floyd. Die massale onvrede heeft plaats in een context van wijdverspreide achteruitgang in gezondheid en economie die vooral mensen van kleur treft, en dan weer vooral de armen onder hen.

De laatste tweeënhalve maand leek Amerika op de openingsscène uit een dystopische film over een land in verval. Eerst de klap van de pandemie, waardoor ziekenhuizen in New York overvol raakten. De nationale economie stond stil en de werkloosheidscijfers stegen: sinds maart heeft een op de vier Amerikanen een werkloosheidsuitkering aangevraagd. Bij de voedselbanken stonden kilometerslange files. In het gehele land werd gedemonstreerd tegen de lockdown. In Michigan dwongen de demonstranten de sluiting van het regeringsgebouw af, zoals ook de wetgeving gedwongen werd stilgelegd. In het hele land stierven minstens honderdduizend mensen aan een ziekte waarvan vorig jaar nog niemand had gehoord.

Toen werd deze week een politieagent gefilmd terwijl hij zijn knie op de nek zette van een zwarte man, George Floyd genaamd. Floyd riep dat hij geen lucht kreeg, een echo van de laatste woorden van Eric Garner, wiens dood door New Yorkse agenten in 2014 de Black Lives Matter-beweging in gang zette. Floyd werd slechts enkele dagen vermoord nadat drie mannen uit Georgia waren beschuldigd voor de moord op de jonge zwarte Ahmaud Arbory, die aan het joggen was. Een openbaar aanklager weigerde aanvankelijk de mannen voor te laten komen, om de reden dat hun actie volgens de wet op zelfverdediging legaal was.

In Minneapolis stroomden de mensen de straat op, waar zij een veel bruter politieoptreden tegemoet zagen dan de bewapende antilockdownactivisten. Woensdagavond [27 mei] veranderden vreedzame demonstraties in rellen en donderdag riep de gouverneur van Minnesota de hulp van de de Nationale Garde in.

Topprioriteit

De autoriteiten waren gedwongen te handelen: alle vier de betrokken agenten werden ontslagen, politiechefs door het hele land keurden de acties af en het ministerie van Justitie beloofde een federaal onderzoek als ‘topprioriteit’. Zelfs Donald Trump, die in het verleden agressief gedrag van de politie heeft aangemoedigd, beschreef wat er met Floyd was gebeurd als een ‘very, very bad thing’.

Maar toen donderdagnacht een lokale openbaar aanklager zei dat zijn bureau nog moest beslissen of de vier agenten een misdaad hadden gepleegd, laaide het vuur van de opstand in Minneapolis weer op en stak de woedende menigte een politiebureau in brand. (Een van de agenten werd vrijdag [29 mei] gearresteerd en beschuldigd van moord.) Op Twitter dreigde Trump met militair geweld tegen wat hij de ‘THUGS’ noemde: ‘When the looting starts, the shooting starts.’