Ha’aretz  | Tel Aviv

Ook al zijn centrum-linkse Israëli’s tegen de bezetting, ze zien Palestijnen nog steeds als een bedreiging. Ze streven eerder naar doelmatigheid dan naar rechtvaardigheid, en naar segregatie in plaats van naar integratie of gelijkheid voor de Palestijnen, aldus politiek commentator Chemi Shalev.

Duizenden Israëli’s betoogden zaterdag 6 juni op het Rabinplein in Tel Aviv tegen de plannen van premier Netanyahu om grote delen van de Westelijke Jordaanoever per 1 juli te annexeren. Geschokt door de brute moord door de Israëlische grenspolitie op de autistische Palestijn Eyad Hallaq, een week eerder in Oost-Jeruzalem, hadden organisatoren en demonstranten hun best gedaan het anti-annexatieprotest op één lijn te brengen met het aanzwellende tij van de massale Black Lives Matter-demonstraties in Amerikaanse steden en elders in de wereld. Ze zwaaiden met borden waarop ‘Palestinian Lives Matter’ stond, ze eisten ‘Gerechtigheid voor Eyad’ en confronteerden de politie met slogans als ‘Wie beschermen jullie echt?’

Nadat de meeste demonstranten naar huis waren gegaan, wist een militante groep van ongeveer tweehonderd man de politie te dwingen hen met geweld uiteen te drijven. Dit leidde ertoe dat agenten Ha’aretz-fotograaf Tomer Appelbaum en andere journalisten aanvielen, wat te zien is op compromitterende video’s en persfoto’s die mooi aansluiten op het ongunstige beeld van politieoptredens dat tegenwoordig in de Verenigde Staten en elders overheerst.

Je kunt je afvragen of er helemaal geen overeenkomst is tussen de unieke, honderdjarige geschiedenis van confrontatie die Israëli’s en Palestijnen delen, en de al vierhonderd jaar durende onderdrukking en discriminatie van Afro-Amerikanen door witte Amerikanen. In ieder geval is er één in het oog springend verschil: de Amerikaanse publieke opinie heeft inmiddels oog gekregen voor de grieven van de zwarte bevolking, terwijl de meeste Israëli’s – zelfs de meeste leden van centrumlinks – de Palestijnen, althans degenen die buiten de voormalige Groene Lijn wonen, blijven zien als een levensgevaarlijke vijand die vastbesloten is hun land te vernietigen.

Dovemansoren

Ook al deden de demonstranten in Israël hun best om de Amerikaanse woede na te bootsen, hun inspanningen zullen grotendeels aan dovemansoren gericht zijn geweest. Israëli’s beschouwen Palestijnen als een constante bedreiging. Velen – misschien nog altijd een minderheid kunnen het pas sinds kort opbrengen om de systematische discriminatie van Israëlische Arabieren te erkennen. Net als zwarte Amerikanen genieten die formeel dezelfde wettelijke rechten als alle andere burgers, maar is de praktijk anders. Weliswaar zijn liberale Israëli’s in principe tegen de bezetting, maar hun sympathie voor de benarde situatie van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza is op zijn zachtst gezegd beperkt.

De meeste Israëli’s, ook die van centrum-links, beschouwen annexatie als de doodsteek voor de tweestatenoplossing, die in hun ogen de enige manier is om te voorkomen dat Israël verandert in een apartheidsstaat of binationale staat. Ze verzetten zich op morele gronden wellicht tegen apartheid, maar verafschuwen de binationale optie, eenvoudigweg omdat daarmee wordt voldaan aan de overkoepelende eis van hun Amerikaanse tegenhangers: gelijke rechten, inclusief het stemrecht. Dát wordt gezien als het einde van de ‘Joodse staat’ waarmee ze zich blijven identificeren.

Keer op keer wijzen peilingen uit dat de meeste Israëli’s de Palestijnen beschouwen als geweld- en terreurplegers die weigeren het bestaansrecht van Israël te erkennen. Tegenstanders van de huidige regering verafschuwen Israëlisch rechts, beschouwen Netanyahu’s annexatiemanoeuvres als een ramp in wording, betreuren zelfs de ontberingen van de bezetting, zowel voor de Israëlische bezetters als voor de bezette Palestijnen. Toch onderschrijven ze nog vaak de fameuze stelregel van wijlen de Israëlische politicus en diplomaat Abba Eban: Palestijnen laten nooit een kans voorbij gaan om een kans voorbij te laten gaan.