Mail & Guardian  | Johannesburg

Vrachtwagenchauffeurs die goederen vervoeren in Oost-Afrika worden ervan beschuldigd covid-19 te verspreiden. Het maakt hun ritten nog langer  – ze staan soms dagenlang te wachten voordat ze de grens over mogen – en ook gevaarlijker.

Khamis Makaranga was nooit van plan geweest een diplomatieke rel te veroorzaken. Hij wilde zijn lading tomaten gewoon op de juiste bestemming afleveren. Makaranga rijdt als vrachtwagenchauffeur geregeld op en neer tussen Dar es Salaam en Nairobi. De tomaten, afkomstig uit de regio Iringa in het binnenland van Tanzania, waren bestemd voor een markt in de Keniaanse hoofdstad. Maar daar zouden ze nooit aankomen.

Toen Makaranga aankwam bij de grensovergang bij Namanga, zag hij honderden vrachtwagens die allemaal stonden te wachten voor ze Kenia
binnen mochten. Nieuwe coronamaatregelen zorgden voor nog meer oponthoud dan gebruikelijk. Elke chauffeur die het land binnenrijdt, moet van de Keniaanse autoriteiten een coronatest ondergaan, waardoor de rit zomaar een aantal dagen langer duurt.

Positief

Makaranga kreeg tijdens de test een wattenstaafje diep in zijn keel geduwd. Afgelopen week ontving hij de uitslag: positief. ‘Ik ben niet akkoord gegaan met die uitslag,’ zegt hij tegen de Mail & Guardian. Hij vertoonde immers helemaal geen symptomen. In totaal werden negentien Tanzaniaanse vrachtwagenchauffeurs door Kenia positief getest, die vervolgens allemaal het land niet in mochten.

Makaranga en zijn collega’s deden hun beklag bij de hoogste regeringsvertegenwoordiger van de Tanzaniaanse regio Arusha, Mrisho Gambo, die niet veel later een persconferentie gaf die veel stof zou doen opwaaien. Gambo zei dat de chauffeurs nogmaals waren getest, ditmaal door een Tanzaniaans laboratorium, en dat ze allemaal negatief waren bevonden. Hij beschuldigde Kenia ervan bewust te hebben gerommeld met de testresultaten, om op die manier de toeristische industrie van Tanzania schade te berokkenen.