Die Zeit  | Hamburg  

Nu klassieke concerten onder strenge voorwaarden weer mogen plaatsvinden, maakt muziekjournalist Wolfram Goertz van het Duitse weekblad Die Zeit de balans op. Zijn bitterende oordeel: ‘rammelende pizzicato’s en tutti die gatenkaas worden’.

Het beroep van musicus is buitengewoon gevaarlijk. Een cellist heeft kans op artrose in zijn duimzadelgewricht. De fagottist loopt het gevaar dat ze tinnitus krijgt omdat ze vlak voor de trombones zit. Altviolisten krijgen chronische schouderblessures, omdat ze in de veel te krappe orkestbak nooit hun hele stok kunnen gebruiken. En allemaal lijden ze onder het lawaai, het slechte licht en hun collega’s.

Tocht, nog zo’n vijand van de sensitieve kunstenaar, is tegenwoordig wel zeer welkom. Want als het tocht, kunnen de coronamaatregelen worden versoepeld en kan er in de concertzalen weer worden gespeeld. Tocht verdrijft het virus, dat mogelijkerwijs in hele wolken van druppels en aerosolen boven het orkest zweeft. De vermoedelijk hoofdverantwoordelijken voor het besmettingsgevaar waren snel gevonden: de blazers en de zangers. Want die blazen en zingen nu eenmaal.

Twee vragen

In aanwijzingen van de autoriteiten, casestudies en discussies tussen bedrijfsleiding en medewerkers draaide alles om twee vragen: hoeveel zwevende deeltjes die het virus bevatten komen er eigenlijk uit een hoorn of trompet? En wat komt er op het podium terecht als daar bijvoorbeeld de Alpensymphonie van Richard Strauss met zijn enorme bezetting of de Missa solemnis van Beethoven (met koor) wordt uitgevoerd? Met de afstandsvoorschriften die nu voor Sars-CoV-2 in acht genomen moeten worden, zijn dergelijke uitvoeringen sowieso vrijwel ondenkbaar.

Muziekdokters, laserfysici, airconditioningsingenieurs, aerodynamici en ballistiekdeskundigen ontwikkelden iedere dag intelligentere testmethoden, tot er een breed gedragen consensus ontstond: het stelt allemaal niet zoveel voor. De Bundeswehr-universiteit in München ontdekte dat de lucht bij de koperblazers niet verder dan 50 centimeter uit de kelk komt. Zelfs een dwarsfluit, die geen afsluitend mondstuk heeft, is ongevaarlijk. Daar komt de lucht maximaal 75 centimeter ver, zoals de Wiener Philharmoniker aantoonde. Een fluitist van het orkest kreeg via een neussonde een speciale nevel binnen, die de uitstromende lucht zichtbaar maakte. Soortgelijk onderzoek werd uitgevoerd bij de Bamberger Symphoniker: bij geen enkel instrument kwam de luchtstroom verder dan een meter. En waar geen lucht is, is geen virus.