Daraj   | Beiroet  

Israël is drukdoende met het verdrijven van Palestijnse inwoners uit Oost-Jeruzalem. Het stadsdeel werd tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 geannexeerd en is sindsdien inzet van een langzame machtsovername. Alle huizen die zonder vergunning zijn gebouwd, moeten door de bewoners zelf worden afgebroken. Maar zo’n vergunning krijgen Palestijnen vrijwel nooit.

Met pijn in zijn hart en verkrampte handen heeft Saleh Al-Shobaki, een Palestijnse inwoner van Oost-Jeruzalem, de muren van zijn eigen woning met eenvoudig handgereedschap afgebroken. Een besluit van de gemeentelijke Israëlische bezettingsmacht dwong hem hiertoe. Als hij Israëlische bulldozers het werk had laten doen, zou hij voor de sloopkosten hebben moeten opdraaien. Zijn huis moest er hoe dan ook aan geloven, omdat hij geen bouwvergunning bezat. Maar zo’n vergunning krijgen Palestijnse inwoners van Jeruzalem sowieso mondjesmaat, waardoor de Palestijnen langzaam worden verdreven uit het oostelijke, nog niet officieel geannexeerde deel van Al-Qoeds – de Arabische naam voor Jeruzalem.

Sloop door Israëlische machines van zijn huis in de wijk Silwan, ten zuiden van de Al-Aqsa-moskee, had hem op een boete van 90.000 (ruim 23.000 euro) sjekel komen te staan. Dat bedrag kon hij niet ophoesten, dus was eigenhandig afbreken de enige optie, het minste van twee kwaden.

Binnen een paar minuten veranderde het huis dat Al-Shobaki en zijn familie beschutting bood in een trieste stapel stenen.

Bouwvergunning

Hij zou nu nog een dak boven zijn hoofd hebben gehad als de Israëlische autoriteiten hem een bouwvergunning hadden verstrekt. Het mocht niet zo zijn, maar nog steeds peinst hij er niet over zijn geboortestad Al-Qoeds te verlaten. Op de puinhopen van zijn huis heeft hij een tent opgezet, waarin hij nu met zijn ontheemde achtkoppige gezin verblijft.

Vechtend tegen zijn tranen vertelt hij: ‘Niets weegt zwaarder dan je eigen huis, dat je in de loop der jaren met eigen handen en zo veel toewijding hebt gebouwd, zelf in een paar minuten te slopen, maar ik had geen keus. Anders hadden de Israëlische machines het gedaan, zou de bezettingsmacht ons gevangen hebben genomen en zou die ons hebben bevolen de zeer hoge sloopkosten te betalen.

De bezetters hebben me gedwongen mijn eigen huis te vernietigen, maar mijn vastberadenheid kunnen ze niet slopen, net zo min als ze een einde kunnen maken aan mijn verknochtheid aan Al-Qoeds. We zullen onze stad niet verlaten en we blijven wonen in een tent op het puin van ons huis, dat alles belichaamt wat we in ons leven hebben gehad.’