Süddeutsche Zeitung | München 

Aerosol mag dan klinken als een vliegtuigmaatschappij voor zonvakanties, schrijft Max Scharnigg van de Süddeutsche Zeitung, het is nu wel een spelbreker voor de reislustige Duitser die weemoedig verlangt naar verre landen.

Het begon allemaal met een foto die verstopt zat achter in het Duitse tijdschrift AD Magazine. Daar stond, in hoogglans en over de hele breedte van de pagina, een afbeelding die je, zodra je hem zag, totaal van slag bracht. Een vrouw in een nachtblauw badpak, een man in shorts, elegant en zongebruind op het mahoniehouten dek van een oude motorboot. Op de achtergrond het appetijtelijk schuimende kielzog en een stukje open zee. Een banaal plaatje? Natuurlijk. Maar afgelopen week maakte het op de onvoorbereide lezer een bijna pornografische indruk. Ongehoord, taboedoorbrekend, mediatoezicht, help! De zon en de schittering op de golven stonden direct op je netvlies gebrand, het nachtblauwe badpak blijft sindsdien maar opduiken in onrustige dromen. Eigenlijk was het alleen een advertentie voor een nieuw hotel in Montenegro. Maar als tinnitus zit het in je oren: oh, wat is Montenegro mooi!

De opwinding die je overviel, was nogal pijnlijk, en eigenlijk wil je het er niet over hebben. Maar daar klinkt al: ik móét dit jaar naar de Middellandse Zee. Als een bokkig kind dat zijn mond moet spoelen met een in azijn gedrenkte spons waar ‘luxeprobleem’ op staat. Natuurlijk, ook zonder het virus zijn er genoeg mensen die niet naar zee kunnen of echte zorgen hebben. Dus kun je de reisbeperkingen makkelijk doorstaan en blijf je zitten waar je zit. In juni ga je een keer op verkenning in het Spreewald of een weekendje naar de Zwabische Jura. Je leest in de inmiddels nutteloze reisbrochures nog een paar alinea’s over het genoegen van armchair travelling of de kunst van de microadventures vlak bij huis. Je kijkt naar zonsondergangen op de 3000 onuitgezochte vakantiefoto’s op je telefoon. 2020 moet maar het jaar worden dat we nergens naartoe gingen. Punto e basta! Hoe zeg je dat in het Zwabisch?

Maar een beetje verdrietig zijn mag. Alleen al omdat dit soort verdriet zo’n mooie naam heeft: fernweh [weemoedig verlangen naar verre landen]. En omdat je je er nog nooit zo heerlijk in hebt kunnen rondwentelen als nu, na drie maanden van gesloten grenzen, zelfs als je geen concrete vakantieplannen had. Het is als honger na een week vasten. Echte, mooie honger, zoals je al lang niet meer, en misschien zelfs nog nooit, hebt gehad. Tot nu toe kende je alleen de lightversie van dit soort honger, een honger naar de wereld. In het oude leven betekende fernweh dat je geen verre reizen naar bijvoorbeeld de Caraïben kon maken. Zelfs aan de kantinetafel wordt er gebeuzeld over fernweh nu ze een keer vijf maanden achter elkaar niet écht op vakantie konden.