The Guardian | Londen

Chriss Moss leerde zijn tijdelijke standplaats Buenos Aires het beste kennen door de gedichten van Jorge Luis Borges. Opgesloten in Engeland waant hij zich terug in het ‘zilveren avondlicht’ van de Argentijnse hoofdstad waarin de gewoonste straten er ‘levendig als een vers’ bij liggen.

De lockdown heeft in mij een nostalgisch verlangen gewekt, niet zozeer naar reizen, als wel naar plaatsen. Het is niet verrassend dat enkele van mijn dierbaarste herinneringen verbonden zijn aan de wereldhoofdstad van het achteromkijken: Buenos Aires. De redenen daarvoor zijn talrijk en complex. Porteños (inwoners van Buenos Aires) staan erom bekend dat ze ver terugkijken, naar het Spanje of Italië van hun voorouders en dat ze de korte belle époque aan het begin van de twintigste eeuw, toen Argentinië rijk en veelbelovend was, romantiseren. Tango is een en al verlangen naar het gemiste en het onbereikbare.

Ik heb er tien jaar gewoond en ben er in de twee decennia daarna elk jaar terug geweest. Hierdoor heeft mijn nostalgie verschillende lagen, maar het meest mis ik toch het wandelen, het ronddolen door de Argentijnse hoofdstad. Nu ik opgesloten zit in mijn semi-landelijke Engelse huis, verlang ik naar mensen en beweging en verdwalen in de menigte.