The New York Times  | New York

In Kenia volgden sommige leerlingen onlinelessen, waar andere dat niet konden. Daarom heeft de regering besloten het schooljaar op te schorten. Maar de maatregel maakt de ongelijkheid op onderwijsgebied misschien juist alleen maar groter. ‘Het is zinloos. Volgend jaar moeten we toch weer overnieuw beginnen.’

Voor Esther Adhiambo had dit een jaar moeten worden van een einde en een nieuw begin. Ze zou eindexamen doen, naar de universiteit gaan en een baan zoeken om haar alleenstaande moeder, die een kleermakersbedrijfje runt in een van de krottenwijken van Nairobi, bij te staan. In plaats daarvan is 2020 voor Adhiambo en andere Keniase scholieren een weggegooid jaar geworden. Onderwijsambtenaren kondigden in juli aan het schooljaar op te schorten.

De lessen beginnen pas weer in januari, het gebruikelijke begin van het Keniase schooljaar. Volgens onderwijsexperts is Kenia het enige land dat zo’n drastische maatregel treft en scholieren dwingt het hele jaar over te doen. ‘Het is een enorme klap,’ zegt de achttienjarige Adhiambo, die massacommunicatie wil studeren en hierin een baan wil vinden om bij te dragen aan het levensonderhoud van haar zeven broers en zussen. ‘De pandemie heeft alles verknald.’

De beslissing, na een maandenlang debat, om een streep te halen door het hele schooljaar was niet alleen bedoeld om leraren en leerlingen tegen het coronavirus te beschermen maar ook om de schrijnende ongelijkheid tegen te gaan die ontstond toen de scholen in maart dichtgingen, zegt staatssecretaris van Onderwijs George Magoha.

‘We zijn als land verplicht om onze arme inwoners bij te staan’