The Washington Post  | Washington, D.C.

De open brief in Harper’s Magazine die Thomas Chatterton Williams schreef om zich uit te spreken tegen de onverdraagzaamheid in de ‘vrije uitwisseling van informatie en ideeën’ veroorzaakte een lawine aan reacties. Critici zagen een sinistere poging de landelijke discussie over raciale rechtvaardigheid na Black Lives Matter te ondermijnen. Bewees Chatterton hiermee zijn eigen gelijk?

Wat ging er om in het hoofd van Thomas Chatterton Williams toen hij besloot om een korte open brief te schrijven over hoe het liberalisme en het vrije debat in gevaar waren, en om enkele gelijkgestemde intellectuelen te vragen die te ondertekenen?

Hij dacht aan de Poetry Foundation, van wie de leiders terugtraden nadat hun verklaring van vier zinnen ter ondersteuning van Black Lives Matter als te halfslachtig werd bestempeld door de meer dan achttienhonderd mensen die een petitie tekenden. En hij dacht aan de National Book Critics Circle, waarvan het bestuur struikelde over hun poging een dergelijke verklaring op te stellen.

Hij dacht aan David Shor, een politiek analist die werd ontslagen na een tweet over een onderzoek waarin werd geopperd dat de verkiezingen van 1968 dankzij gewelddadige straatprotesten waren uitgevallen in het voordeel van de Republikeinen; hij dacht aan Colin Kaepernick, een quarterback die uit de NFL [National Football League] werd gezet nadat zijn antiracismeprotest conservatieve fans in het verkeerde keelgat was geschoten.