360 | Amsterdam

Wat in het publieke debat gezegd of geschreven mag worden, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Niks nieuws, alleen zijn de bezorgdheid en de verontwaardiging veel zichtbaarder dan eerst. En feller. Over dat intolerante klimaat en de neiging anderen met tegengestelde meningen aan de schandpaal te nagelen, publiceerde het Amerikaanse blad Harper’s Magazine een zinnige open brief. Er volgde een hoos aan reacties. Het draait, zo blijkt, niet alleen om de heroïsche verdediging van het vrije woord maar om wie de macht en daarmee invloed heeft.

Democratische inclusiviteit

De ondertekenaars van de open brief schrijven te ‘hechten aan krachtige en zelfs bijtende tegenspraak vanuit alle gelederen.’

‘Onze culturele instellingen beleven moeilijke tijden. Massale betogingen tegen raciaal en sociaal onrecht leiden tot de – te late – roep om hervormingen bij de politie, en in bredere zin tot de roep om meer gelijkheid en inclusiviteit binnen de Amerikaanse samenleving, niet in de laatste plaats in het hoger onderwijs, de journalistiek, de filantropie en de kunsten. Maar deze hoognodige afrekening versterkt ook enkele nieuwe morele en politieke overtuigingen die het open debat en onze acceptatie van onderlinge verschillen ondergeschikt dreigen te maken aan ideologische eenvormigheid. De eerste ontwikkeling juichen we toe, maar tegen de tweede verheffen we onze stem. Het antiliberalisme neemt overal te wereld toe en vindt een machtige bondgenoot in Donald Trump, die een ernstige bedreiging vormt voor de democratie. Maar ons verzet mag niet in een eigen vorm van dogmatiek of dwang ontaarden, waar rechtse demagogen nu al naar hartenlust op inspelen. De democratische inclusiviteit waarvoor wij pleiten is alleen haalbaar wanneer we ons uitspreken tegen het intolerante klimaat dat op alle fronten heerst.

De vrije uitwisseling van informatie en ideeën, waarmee een liberale samenleving valt of staat, raakt met de dag meer ingesnoerd. Van radicaal rechts verwachten we niet anders, maar ook in onze eigen cultuur wint de onverdraagzaamheid terrein: het niet tolereren van tegengestelde meningen, de mode om anderen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen en aan een schervengericht te onderwerpen en de neiging om ingewikkelde politieke kwesties blindelings in het eigen morele gelijk te laten verzanden. Normaliter hechten wij aan krachtige en zelfs bijtende tegenspraak vanuit alle gelederen. Maar tegenwoordig roepen we maar al te vaak om snelle en strenge vergelding wanneer iemand van onbetamelijk spreken of denken wordt verdacht. Nog verontrustender is dat institutionele leiders, in hun paniekerige hang naar schadebeperking, overhaaste en onevenredige strafmaatregelen verkiezen boven weloverwogen hervormingen. Hoofdredacteurs worden ontslagen wegens het publiceren van controversiële stukken; boeken worden uit de handel genomen omdat ze niet authentiek zouden zijn; journalisten wordt verboden over bepaalde onderwerpen te schrijven; naar docenten wordt een onderzoek ingesteld omdat ze tijdens de les uit bepaalde literaire werken citeren; een onderzoeker wordt ontslagen omdat hij een door collega’s getoetste academische studie in omloop brengt; en hoofden van organisaties moeten het veld ruimen omdat ze alleen maar een klunzige fout hebben gemaakt. Welke argumenten er bij elk afzonderlijk incident ook worden gebruikt, het resultaat is dat de grenzen van wat er ongestraft kan worden gezegd allengs vernauwen. Wij betalen daarvoor nu al de prijs, want schrijvers, kunstenaars en journalisten mijden steeds vaker risico’s omdat ze vrezen voor hun broodwinning als ze afwijken van de consensus, en zelfs als ze daar niet enthousiast genoeg mee instemmen.

Deze verstikkende sfeer zal uiteindelijk funest zijn voor de belangrijkste kwesties van onze tijd. Het beperken van het debat, of dat nu door een repressieve regering of een intolerante samenleving gebeurt, is steevast schadelijk voor mensen zonder macht en bemoeilijkt hun deelname aan de democratie. Slechte ideeën bestrijd je door ze aan de kaak te stellen en er overtuigende argumenten tegenin te brengen, niet door ze het zwijgen op te leggen. Wij verwerpen iedere valse keuze tussen gerechtigheid en vrijheid, want die kunnen niet zonder elkaar bestaan. Als schrijvers hebben we een cultuur nodig die ruimte biedt om te experimenteren, risico’s te nemen en zelfs fouten te maken. We moeten met elkaar van mening kunnen blijven verschillen zonder fatale gevolgen voor onze beroepsuitoefening. Als we zelf niet eens datgene beschermen waarvan ons werk afhankelijk is, kunnen we moeilijk verwachten dat het publiek of de staat dat voor ons doet.