El País | Madrid

Ooit was het zuiden van Spanje – Sevilla, Cádiz – de poort naar de Nieuwe Wereld. Nu is de regio verarmd geraakt en worden de ooit zo illustere havens gebruikt om drugs te smokkelen en geld wit te wassen. En door recente economische tegenspoed krijgt narcogeld nog meer de overhand. Iemand die (vanwege corona) zijn baan is kwijtgeraakt kan met een nacht drugs uitladen zo 2000 euro verdienen.

‘Hou er maar twee voor me apart, maar goeie, je weet wel,’ zegt Isco Tejón, alias Castaña, tegen de Marokkaan met wie hij een telefoongesprek voert via een afgeluisterde lijn en die het tegen hem over vrouwen had. ‘Het punt is dat die man een parenclub heeft,’ zegt een kennis van hem vergoelijkend. Maar het is moeilijk te geloven dat de koning van de hasj, met zijn vermogen van dertig miljoen euro, niet doelde op twee van die speedboten waarmee ze tonnen drugs naar Europa smokkelen, een vloedstroom die zelfs de corona-crisis niet heeft kunnen indammen.

De acties van de politie hebben de broer van Tejón, Antonio, en nog een paar anderen de kop gekost, maar de narco’s van Zuid-Spanje weten zich aan te passen als het tegenzit. En daarop is de pandemie die Spanje teistert bij lange na geen uitzondering.

Verhoogde activiteit

Een partij smokkelwaar die vlak bij het luxeresort Sotogrande in het stadje San Roque werd onderschept. De berging van een semi-rigide rubberboot die op het strand van Almería was achtergelaten. Een inwoner van Ceuta met een drugsstrafblad die tijdens een verkeerscontrole in Jerez werd gepakt met drie plastic zakken vol bankbiljetten van 10, 20 en 50 euro ter waarde van 278.000 euro.

Stuk voor stuk zijn het politieacties die midden in de coronacrisis plaatsvonden. ‘We dachten dat de handel zou afnemen, maar nee hoor, de smokkel ging dag en nacht door, en met de lockdown hadden ze van niemand last,’ zegt een rechercheur van een antidrugseenheid in Andalusië. De cijfers geven hem gelijk. In de eerste weken van de lockdown verrichtte de OCON Sur, de antidrugseenheid van de Guardia Civil, 58 arrestaties en nam 5,5 ton hasj in beslag, hoeveelheden die overeenkomen met die van vóór de coronacrisis.

Paradoxaal genoeg waren veel geüniformeerde agenten die normaliter langs de kust patrouilleren ingezet om de coronamaatregelen te handhaven. ‘De reden dat we toch zo veel vangsten hebben gedaan is dat ze hun activiteiten hebben opgeschroefd,’ zegt dezelfde bron. Door de coronacrisis kreeg de drugshandel, die na zijn hoogtijdagen te lijden had van toenemende politiedruk, juist een beetje meer lucht. De massalere inzet van manschappen had een einde gemaakt aan de straffeloosheid van de narco’s in de woonwijken, waar ze kennelijk zonder veel hinder hun gang konden gaan.