The New Yorker | New York

Heeft al dat schrobben en inzepen, hydrateren, deodoriseren en aanbrengen van peperdure serums wel zin, of helpt het vooral om de marktwaarde van de cosmetica-industrie nog meer te laten stijgen? Zie de huid, schrijft Brooke Jarvis, als een ecosysteem, dat in constante verbinding staat met de gezondheid van ons lichaam en met de wereld daarbuiten. Dat raadselachtige orgaan beschermt ons en wordt bewoond door ontelbaar veel kleine beestjes – en dat moet vooral zo blijven.

Toen we klein waren, zetten mijn zus en ik als we thuiskwamen van school graag Guiding Light aan, een soap op CBS. We kregen alleen het laatste kwartier van de een uur durende show mee, maar omdat het verhaal niet bijzonder subtiel was, was dit genoeg om zelfs de ingewikkeldste verhaallijnen te volgen – zoals dat van Reva Shayne, een negen keer getrouwd personage dat presentator van een talkshow was, helderziende en prinses op een fictief eiland, en als tijdreiziger terugkeerde naar de [Amerikaanse] Burgeroorlog en nazi-Duitsland, en de strijd met Dolly, een slinkse kloon van haarzelf, gemaakt door haar meest recente echtgenoot om de kinderen te behoeden voor het verdriet om haar meest recente (vermoedelijke) dood.

Guiding Light begon in 1937 als een radioprogramma ter promotie van een zeep met de naam Duz. (‘Duz does everything.’) Toen het programma in 2009 uit de lucht ging, was het de langstlopende show in de tv-geschiedenis. En het was niet door CBS geproduceerd maar door Procter & Gamble, dat begon als zeepbedrijf en zich ontpopte tot de uitvinder van de moderne reclame in de VS. Behalve dat het bedrijf zijn merken promootte via afbeeldingen op bussen en billboards, produceerde het meer dan twintig radio- en televisiedrama’s. De eerste, Oxydol’s Own Ma Perkins, ging in 1933 in première. De laatste, As the World Turns, verliet de ether in 2010, toen de term soapopera inmiddels een begrip was, zonder dat kijkers enig idee hadden dat de term ooit daadwerkelijk verbonden was geweest met een zeepbedrijf.

Tot de covid-19-uitbraak hadden de meesten van ons niet vaak of langdurig nagedacht over zeep. Aan het begin van de pandemie kwam hier verandering in. We leerden welke popnummers een refrein van 20 seconden hadden, zodat we ze tijdens het handen wassen konden zingen. We kwamen erachter dat, in ieder geval voor de lockdown, de rijen voor de herentoiletten plotseling langer werden – waarschijnlijk omdat (volgens een onderzoek) slechts 31 procent van de mannen daarvoor de gewoonte had gehad om na gebruik van het toilet de handen te wassen.

Terwijl distilleerderijen en brouwerijen zich toelegden op het produceren van desinfecterende handgel, publiceerde Times een stuk waarin werd uitgelegd waarom ouderwetse zeep eigenlijk beter geschikt was om het coronavirus te vernietigen: de hydrofobe staarten van zeepmoleculen binden zich met het lipidemembraan dat het virus beschermt en scheuren het letterlijk uit elkaar, terwijl de hydrofiele koppen zich hechten aan het water dat het dode virus wegspoelt. Zoals veel mensen ontwikkelde ik een nieuwe waardering voor zeep en stelde me elke keer dat ik mijn handen waste met wrede voldoening een scène voor van een vernieling op microniveau.

Het was dan ook een vreemd moment om een boek te lezen van een arts die nogal kritisch aankijkt tegen de zeepindustrie, een boek dat begint met de zin ‘Vijf jaar geleden ben ik gestopt met douchen.’

Laat ik meteen duidelijk maken dat James Hamblin, vast auteur voor The Atlantic en de schrijver van Clean: The New Science of Skin, nog altijd voorstander is van regelmatig handen wassen, wat onbetwistbaar een wereldveranderende innovatie is in de volksgezondheid en van cruciaal belang op dit moment in de geschiedenis. (Hamblin schrijft ook dat hij ‘nooit twee dagen achter elkaar een witte jas zou dragen zonder hem te reinigen’.) Maar hij twijfelt aan het nut van al het schrobben en inzepen – om nog maar te zwijgen van het hydrateren, deodoriseren en het aanbrengen van serums – waaraan we het grootste orgaan van ons lichaam onderwerpen, evenals aan de bedrijven die veel geld uitgeven om ons ervan te overtuigen dat we dat moeten doen om schoon te blijven.

De huid van één persoon herbergt duizend soorten bacteriën, om nog maar te zwijgen van schimmels, virussen en mijten