Foreign Affairs  | New York

Omar Saif Ghobash, de ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten in Rusland, schreef na de aanslagen van 11 september een reeks brieven aan zijn zoon die nog niets aan actualiteit hebben ingeboet. ‘Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten.’

Saif, de oudste van mijn twee zoons, is geboren in december 2000. In de zomer van 2001 namen mijn vrouw en ik hem mee op een tripje naar New York. Ik herinner me dat ik hem in een draagzak op mijn borst had. Een paar dagen nadat we weer terug waren in Dubai, volgden we op CNN de verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september. Toen duidelijk werd dat de aanvallen waren uitgevoerd door jihadterroristen, voelde ik een nieuw soort verantwoordelijkheid tegenover mijn zoon, nog los van alle andere heftige gevoelens die het ouderschap in je doet ontwaken. Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem – en mezelf en al mijn medemoslims – duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten. Hier ben ik de afgelopen jaren mee bezig geweest. De opdracht die ik mezelf heb gesteld lijkt alleen maar urgenter te worden naarmate de wereld steeds meer verstrikt raakt in een cyclus van jihadistisch geweld en islamofobie.

Tegenwoordig woon en werk ik in Rusland, als ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten, en ik probeer in mijn werk een sfeer te creëren die ruimte biedt voor ideeën en mogelijkheden. In die geest heb ik een reeks brieven aan Saif geschreven, met de bedoeling hem de ogen te openen voor enkele van de vragen waarmee hij in de loop van zijn leven geconfronteerd zal worden, en voor een scala aan mogelijke antwoorden.

Ik wil dat mijn zoons en hun generatie moslims begrijpen hoe ze trouw kunnen zijn aan de islam en zijn diepste waarden, maar tegelijkertijd hun eigen koers kunnen uitstippelen in een complexe wereld. Ik wil dat ze leren observeren en nadenken, en zo tot de ontdekking komen dat er geen conflict hoeft te zijn tussen de islam en de rest van de wereld. Ik wil dat ze begrijpen dat we zelfs op het gebied van religie vele keuzes moeten maken. Ik vind dat de generatie moslims van mijn zoons het recht – en de plicht – heeft om na te denken over wat goed en fout is, over wat al dan niet behoort tot het wezen van de islam, en op grond daarvan haar eigen beslissingen te nemen.