Der Spiegel | Hamburg

De Amerikaanse auteur Jonathan Franzen woont aan de rand van Silicon Valley, maar is een radicaal tegenstander van grote techbedrijven. Hij stelde onder meer een haatlijst op, met Amazon op 1.

Nog voor de bezoeker op de bel kan drukken, opent Jonathan Franzen de deur. De misschien wel belangrijkste Amerikaanse schrijver van nu woont in Santa Cruz, Californië. Franzen (59), geprezen om zijn romans De correcties (2001), Vrijheid (2010) en Onschuld (2015), treedt regelmatig op als scherpzinnig commentator van de actualiteit en publiceerde de essaybundel Het einde van het einde van de wereld (2018). Drie hoofdthema’s bepalen het boek: de verwoesting van de natuur, met name van de vogelwereld die hem na aan het hart ligt, de verdediging van de literatuur, en de gevaren van de digitale technologieën uit Silicon Valley.

Der Spiegel: Meneer Franzen, u bent een paar jaar geleden van New York verhuisd naar Santa Cruz. Is uw visie op de tech-industrie veranderd sinds u er zo ongeveer midden in woont?

Franzen: Mijn visie is niet veranderd doordat ik nu buren heb die voor Google werken. Wel erger ik me nu meer aan de jonge tech-miljonairs. San Francisco als stad is al dood. Kapot gemaakt door het geld. Maar de techies breiden hun invloed al uit tot Santa Cruz en vergiftigen de onroerendgoedmarkt ook voor mijn deur. Mijn woede is dus wat persoonlijker geworden.