The Observer Magazine | Londen

Redacteur Eva Wiseman beschrijft de grote voordelen van een verhuizing naar de buitenwijk, een trend die in de coronacrisis veel volgelingen heeft gekregen. Al blijft ze ‘iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert’.

Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een trendsetter. Jonge mensen die niet langer gebonden zijn aan kantoren, nachtclubs of ballenbakken voor volwassenen, verhuizen naar de buitenwijken, waar de huren van praktische maisonnettes in hetzelfde tempo stijgen als die van stadsflats dalen. Ik kan met trots zeggen dat ik er vroeg bij was; ik was de eerste die het officieel opgaf. Die de stad opgaf. Die de demonstratief op de stoep genuttigde koffie van vier pond opgaf, die de nachtbus die op je drempel stopt opgaf, die de nachtelijke uurtjes sowieso opgaf. Die het opgaf om tot in de details te weten hoe het orgasme van de buurman zich voltrekt, en die het heerlijke gevoel opgaf dat je krijgt als je opgaat in een menigte.

Nu ik terug ben in de buitenwijk waaraan ik me vijf jaar geleden met zo veel moeite heb ontworsteld, deel ik met alle plezier mijn zuurverdiende kennis met de nieuwkomers.

Je verlaat de stad voor een plek met ‘buitenruimte’. Je droomt misschien van het kweken van eigen basilicum om te kunnen overstappen van pesto uit een potje op verse. Vrienden, jullie hebben geen idee. De buitenruimte komt ons hier uit alle lichaamsopeningen. Een tuin, check, een veld daarginds, check, heus platteland, zij het vergolfbaand, aan gene zijde van de heuvel.

Dit artikel van Eva Wiseman verscheen eerder in The Observer Magazine. Het is uit het Engels vertaald door Annemie de Vries.